Banner place 4 free 

 
Naar Homepage
 

Curacao Maffia eiland


Matrix boek

 




Aanvullend commentaar
Zoals ik in de inleiding schreef, we kregen bezoek en
namen alleen het gedeelte rook met hen door. De politie is bang
omdat ze veelal zelf ook in deze zaken mee doen en ook zorgen
dat alles netjes verdwijnen, mocht toch iemand gaan schreeuwen.

Gehele lezing van heer Jacob Th. Wit

Inleidend commentaar
We kregen via via deze lezing te lezen van heer Wit die
voor een tijd oud-rechter was op Curaçao. Een man die velen nog
kunnen herinneren met zijn uitspraken die nog wel eens anders
waren dan menig rechter toentertijd deed op dit eiland.
Ik zet hier de gehele lezing omdat later er zich een
discussie ontplooide die werkelijk veel vertelde en laat zien de
bekrompenheid, zelfs van wereldse mensen.
De democratische rechtsstaat Curaçao: kan het beter?
Zeer recentelijk, nog maar enkele weken geleden, verscheen
van de hand van Oberon Nauta een proefschrift getiteld
GOED BESTUUR IN DE WEST – Institutionele en maatschappelijke
beperkingen voor goed bestuur in de Caribische rijksdelen
(juni 2011):

Vooral de slotopmerking van de dissertatie heeft veel
aandacht in de pers gekregen. Deze luidt als volgt:
“Nederland is altijd terughoudend geweest in te grijpen
in het lokale bestuur van de Caribische rijksdelen uit angst de
koloniale kaart toegespeeld te krijgen. De tijd is rijp dat zij deze
kaart overtroeft met het argument dat zij niet alleen de volkssoevereiniteit
heeft te eerbiedigen maar ook eindverantwoordelijk is
voor het waarborgen van goed bestuur in de West ...
Nauta constateert dat het op Nederlandse leest geschoeide
systeem van checks and balances hier op Curaçao niet behoorlijk
werkt gelet op het feit dat de politiek hier “particularistisch is
georienteerd” hetgeen in gewoon nederlands betekent dat persoonlijke
motieven in sterke mate in de besluitvorming meewegen.
Diverse factoren spelen hierbij volgens Nauta een rol.
- Kleinschaligheid: de bevolking is te klein – er is te weinig
critical mass - waardoor er te weinig lokale personen zijn met
voldoende opleiding en ervaring om bepaalde veeleisende functies
uit te oefenen. Teveel personen in hoge functies zijn eigenlijk te
licht voor de zware functie die ze bekleden; ze zijn, zoals we dat
wel noemen, omhoog gevallen. Daarnaast is er een overlap van
sociale en professionele rollen van ambtsdragers. Zij staan te dicht
op de bevolking.

- Sociale acceptatie van machtsongelijkheid: relatief groot
ontzag voor politieke (maar ook andere) autoriteiten waardoor accountability
en transparantie, de belangrijkste voorwaarden voor
goed bestuur, niet goed uit de verf komen.
- Wijdverbreide armoede die voor afhankelijkheid zorgt,
welke door politici wordt uitgebuit en die de politieke oriëntatie
van de bevolking beïnvloedt (te zeer gericht op materiële zaken
en in het geheel niet of veel te weinig op ‘het algemeen belang’
dat te abstract is voor de meeste mensen).
- Het lage opleidingsniveau van de bevolking hetgeen
belemmerend werkt voor een goed bestuur omdat het democratisch
gedachtegoed een complexe materie is die een voldoende
opleidingsniveau van het electoraat vereist.
Nauta meent dat het politieke proces op Curaçao zich in
een vicieuze cirkel bevindt. Hij acht het onwaarschijnlijk dat de
“politieke en bestuurlijke elite in de West” op eigen initiatief de
nodige veranderingen in het systeem zal aanbrengen aangezien
deze elite volgens hem nu juist zijn machtspositie te danken heeft
aan de politiek-patronalistische relaties die zij met haar achterban
onderhoudt. Hij spreekt in dit verband van een “patstelling
waarbinnen electoraat en politiek elkaar gijzelen.” En daarom, zo
zegt hij, is Nederland de aangewezen partij om de vicieuze cirkel
te doorbreken.

Ik veroorloof het mij om het op een aantal punten niet eens
te zijn met de jonge doctor.

Het is de laatste tijd in bepaalde kringen weer mode om
de rol van wat wel genoemd wordt het moederland te idealiseren:
“Nederland moet ingrijpen” roepen vooral vertegenwoordigers van
de Nederlandse Tweede Kamer maar ook sommige groepen op
Curaçao. Thans voegt zich ook een Nederlandse wetenschapper
bij deze gelederen.
Ingrijpen klinkt heel goed in de oren. Het veronderstelt een
ferme houding en een zekere mate van goedertierenheid van het
moederland. Het invokeert ook de gedachte dat “mother knows
best” en dat wanneer zij eenmaal het heft weer in handen heeft
genomen “alles sal reg kom.”

Maar het valt sterk te betwijfelen of alles wel goed zal
komen wanneer Nederland “ingrijpt”. Uit de Toelichting op het
Statuut (artt 43 en 51) blijkt overigens zonneklaar dat dit ingrijpen
alleen dan zou moeten plaatsvinden wanneer het land zich als het
ware aan de rand van de afgrond bevindt. Daarvoor zijn verschillende
goede redenen aan te voeren.

In de eerste plaats bevindt Curaçao zich thans in een
groeiproces, weliswaar de puberteit voorbij, maar niettemin in een
stormachtige fase van zijn jonge bestaan. Het land kan alleen maar
politieke volwassenheid bereiken indien het zich op eigen kracht
door deze moeilijke jaren heen worstelt. Dat is wellicht niet al te
hoopgevend of geruststellend op dit moment maar er valt niet aan
te ontkomen. In dit verband is het tekenend dat de uitdrukking
“alles zal recht kom” vervolgt met de meestal vergeten woorden
“als ons allemaal ons plicht doen.” Met andere woorden, het komt
allemaal niet vanzelf goed, er zal gewerkt moeten worden en
daarbij zal een ieder van ons zijn plicht moeten doen.
Een tweede reden om niet te snel aan “ingrijpen” te denken
is principieel. Te vaak wordt het “mother knows best” vertaald als
“nos no por.” Dat is een mentaliteit die helaas zeer diep verankerd
is in de ziel van de Caribische mens. Het is een mentaliteit die
zelfs in Caribische staten die reeds decenia lang onafhankelijk
zijn nog steeds niet geheel is verdwenen. Het is een verkeerde
mentaliteit aangezien het het zicht ontneemt op wat wij wel kunnen
(en dat is erg veel) en op wat wij beter in samenwerking met
anderen kunnen doen.

Een derde reden om bedenkingen te hebben tegen een al
te snel ingrijpen is dat Nederland er deep down niet om staat te
springen. Aan het overnemen van verantwoordelijkheden van
een Caribisch rijksdeel kunnen namelijk grote financiële lasten
verbonden zijn welke Nederland (vermomd als het Koninkrijk der
Nederlanden) niet dan tegen heug en meug zal willen aanvaarden.
En in de vierde plaats is het nog maar de vraag of ingrijpen
inderdaad tot verbeteringen in het bestuur zal leiden. De situatie
op de BES eilanden doet vermoeden dat dat zeer twijfelachtig
is, nog afgezien van de reële mogelijkheid dat een Nederlands
ingrijpen onder brede lagen van de Curaçaose bevolking aversie
zal opwekken, hetgeen een zodanig ingrijpen contra-productief
zal doen zijn.




Title: Curacao maffia eiland  ISBN 978-1-4478-9049-2
http://www.johnbaselmans.com/Downloads/Books/Maffia_eiland_download.pdf
File size 1.3 MB
 

 

 

 
 
            Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering. 
Your e-mail will be processed in the order it was received, but if you get no response to your e-mail within 3 days please write/submit again. 
Copyrights © 1993 -2014 - John Baselmans. All rights reserved. Updated Daily