Banner Watamula

AA   AA  
       
 
Panama Papers English and Dutch articles
   
       
       
       
 

Logo panic

Don't fight the system.
Go in the system and take them down on their own faults.

Alle acties komend uit wraak of ego zullen mislukken.
Alleen acties vanuit een hart en ziel zullen slagen.

In deze blog geef ik mijn zienswijze van de huidige wereld weer. 
Ik beroep me op het recht die geldt vanuit het Universum, namelijk: Het recht van respect naar elke energievorm in het Universum. In de menselijke wetten is het omschreven in het UVRM als zijnde: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren
zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen. In de reeds niet meer geldende Nederlandse grondwet staat het beschreven als zijnde: Artikel 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid,
ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
   
       
 
 
   
       
 

What we talking about the people the papers?

Click on home to see all countries and all people involved

 

 

PanamaPapers legt de geheime wereld van offshores bloot

Een gigantisch datalek bij het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca wereldleiders, allerhande andere politici, bedriegers, drugstrafikanten, miljardairs, celebrities en sportsterren.

PanamaPapers1

Een gigantisch datalek bij het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca onthult de banden tussen meer dan 200.000 bedrijven op belastingparadijzen en twaalf wereldleiders, allerhande andere politici, bedriegers, drugstrafikanten, miljardairs, celebrities en sportsterren. PanamaPapers, een samenwerking tussen het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en meer dan 370 journalisten wereldwijd, is het grootste journalistieke onderzoek uit de geschiedenis. In België namen Knack, MO*, Le Soir en De Tijd aan het project deel.

Een confidentiële bron bezorgde journalisten van de Süddeutsche Zeitung 11,5 miljoen documenten die een wereldwijde industrie van financiële geheimhouding onthullen. De gelekte documenten zijn afkomstig van een niet zo gekend maar zeer machtig advocatenkantoor in Panama: Mossack Fonseca. In het lek zitten e-mails, financiële spreadsheets, paspoorten en bedrijfsdocumenten. Ze leggen de eigenaars van geheime bankrekeningen en bedrijven bloot in 21 belastingparadijzen, van Nevada over Sinagapore tot de Britse Maagdeneilanden.

De gelekte data beslaan bijna 40 jaar, van 1977 tot eind 2015. Ze geven een ongeziene kijk in de offshore wereld en tonen hoe duister geld doorheen een wereldwijd financieel systeem vloeit, misdaad daar wel bij vaart en nationale schatkisten belastinginkomsten kwijtspelen.

PanamaPapers2

De gelekte interne documenten bevatten informatie over meer dan 214.488 offshores, verbonden aan personen in meer dan 200 landen. Süddeutsche Zeitung deelde de gelekte documenten met het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en zijn partnermedia. De voorbije jaren publiceerde ICIJ al verschillende onderzoeken op basis van gelekte documenten: Offshore Leaks, LuxLeaks en SwissLeaks. Het PanamaPapers-project overstijgt die voorgaande onderzoeken op verschillende manieren. Niet alleen is er de enorme omvang van het lek, maar het gaat ook om de grootste samenwerking uit de geschiedenis van de journalistiek.

De omvang van #PanamaPapers

Meer dan 370 journalisten en 100 nieuwsorganisaties uit 76 landen zijn betrokken bij het onderzoek. Ze doken een jaar lang in de documenten van Mossack Fonseca en bestudeerden de geheime activiteiten van de klanten van het advocatenbureau.

Twaalf wereldleiders

Het lek waar ICIJ en zijn mediapartners toegang toe kregen, biedt meer dan een momentopname van de zakenmethoden van één advocatenkantoor of zijn meest onverkwikkelijke klanten. Het biedt een verregaande blik van binnenuit op een industrie die heeft geprobeerd zijn praktijken verborgen te houden. Offshores werden verkocht aan politici, bedriegers, drugstrafikanten, miljardairs, celebrities en sportsterren.

In totaal vond ICIJ in de documenten 12 huidige en voormalige wereldleiders, en 61 familieleden en medewerkers van premiers, presidenten en koningen. Verder duiken liefst 29 miljardairs op die vermeld staan in de Forbes-lijst van de 500 rijkste mensen ter wereld. Ook filmster Jackie Chan deed voor minstens zes van zijn offshores een beroep op Mossack Fonseca. Zoals het geval is met veel van Mossacks Fonseca's klanten, is er geen bewijs voorhanden dat Chan die bedrijven zou gebruiken voor oneigenlijke doeleinden. Het is op zich niet illegaal om een offshore te bezitten. Voor sommige internationale zakentransacties is het een logische keuze.

Uit de documenten van Mossack Fonseca blijkt echter dat zich onder het cliënteel dat Mossack Fonseca via tussenpersonen bediende, financiële frauders bevonden, drugsbaronnen, belastingonduikers en minstens een veroordeelde zedendelinquent. Een Amerikaanse zakenman die veroordeeld was omdat hij in Rusland seksuele betrekkingen had gehad met minderjarige weeskinderen, ondertekende de documenten voor een offshore bedrijf terwijl hij in New Jersey zijn gevangenisstraf uitzat, zo blijkt uit het documentenlek.

Onder het cliënteel dat Mossack Fonseca via tussenpersonen bediende, zaten financiële frauders, drugsbaronnen, belastingonduikers en minstens een veroordeelde zedendelinquent

De tentakels van Mossack Fonseca spreiden zich uit over de Afrikaanse diamanthandel, de internationale kunstmarkt en andere soorten business die belang hebben bij geheimhouding. Met de royalty uit het Midden-Oosten die door Mossack Fonseca bediend werden, kan je een heel paleis vullen.

Verder duiken minstens 33 personen en bedrijven op die op een zwarte lijst staan van de Amerikaanse regering omdat ze zaken deden met Mexicaanse drugsbaronnen, terroristische organisaties zoals Hezbollah en schurkenstaten als Noord-Korea en Iran.

PanamaPapers3

Mossack Fonseca

Mossack Fonseca is een van de belangrijkste oprichters van offshorebedrijven ter wereld, structuren die kunnen gebruikt worden om het eigenaarschap van activa te verhullen. Vanuit zijn thuisbasis in Panama, een van 's werelds topbestemmingen van financiële geheimhouding, zaait Mossack Fonseca anonieme bedrijven in tal van belastingparadijzen. Naast Panama heeft Mossack Fonseca ook vestigingen in Hongkong, Miami, Zürich, Luxemburg en meer dan 34 andere plekken op de wereld.

De personen die Mossack Fonseca decennia geleden hebben opgericht -en vandaag nog steeds de belangrijkste partners van het bedrijf zijn- zijn welbekende figuren in de Panamese maatschappij en politiek. Jürgen Mossack is de zoon van een Duitse migrant die een nieuw leven begon in Panama nadat hij tijdens Wereldoorlog II in Hitlers Waffen-SS had gediend. Ramón Fonseca is een bekroond schrijver, die de voorbije jaren ook werkte als adviseur van de president van Panama. In maart 2016 nam hij verlof als presidentieel adviseur nadat zijn bedrijf genoemd werd in een Braziliaanse schandaal en nadat ICIJ en zijn partnermedia vragen begonnen stellen over de praktijken van het advocatenkantoor. Mossack Fonseca antwoordde aan ICIJ dat het 'zowel de letter als de geest van de wet naleeft. Want in de bijna veertig jaar dat we actief zijn, zijn we nooit aangeklaagd voor criminele vergrijpen.'

In een recent interview op de Panamese televisie zei medeoprichter Ramón Fonseca dat zijn bedrijf niet verantwoordelijk is voor wat klanten doen met de offshore vennootschappen die het verkoopt. Hij vergeleek zijn bedrijf met een autofabrikant, en stelde dat de aansprakelijkheid ophoudt zodra de auto is afgeleverd. Mossack Fonseca de schuld geven van wat mensen uitsteken met hun offshore, zou volgens Ramón Fonseca hetzelfde zijn als een autofabrikant beschuldigen omdat 'de auto gebruikt wordt bij een overval'.

#PanamaPapers legt de geheime wereld van offshores bloot

In veel gevallen leek Mossack Fonseca niet te beseffen wie zijn klanten waren. Uit een interne audit blijkt dat het advocatenkantoor slechts de identiteiten van de echte eigenaars kende van 204 van de 14.086 offshores die het had opgericht in de Seychellen, een belastingparadijs in de Indische Oceaan.

De overheid van de Britse Maagdeneilanden legde Mossack Fonseca een boete op van 37.500 dollar omwille van het overtreden van anti-witwasregels. Mossack Fonseca had immers een offshore opgericht voor de zoon van de voormalige Egyptische president Hosni Mubarak, zonder dat het de link had gelegd -zelfs niet nadat vader én zoon in Egypte beschuldigd werden van corruptie. Besluit van een interne audit bij het advocatenkantoor: 'Onze formule om risico's te beoordelen, is gebrekkig'.

In de schaduw

Uit het gegevenslek blijkt dat Mossack Fonseca regelmatig aanbood om documenten te antidateren (er een vroegere datum op te plaatsen), om zo de klanten hun financiële zaakjes vooruit te helpen. Die praktijk bleek zo gangbaar dat in 2007 -zo blijkt uit een mailuitwisseling tussen medewekers van het bedrijf- besproken werd om hiervoor een prijsstructuur op poten te zetten. Klanten zouden 8,75 dollar moeten betalen per maand terug in de tijd dat een bedrijfsdocument moest worden aangepast.

In een geschreven antwoord op de vragen van ICIJ en zijn media-partners, stelt Mossack Fonseca dat het 'illegale activiteiten niet aanmoedigt. Jullie aantijgingen dat we aandeelhouders zouden voorzien van structuren zogenaamd ontworpen om de identiteit van de echte eigenaars te verbergen, zijn nergens op gesteund en compleet foutief.' Het bedrijf voegde eraan toe dat het aanpassen van data op documenten een 'gegronde en aanvaarde praktijk' betreft die 'vaak voorkomt in onze industrie en waarvan het niet de bedoeling is om onwettige activiteiten te bedekken of verbergen'.

Mossack Fonseca liet ook weten niet in te kunnen gaan op vragen over specifieke klanten, gezien de verplichting om klantenconfidentialiteit te garanderen.

Tot recent kon Mossack Fonseca grotendeels in de schaduw werken. Maar het bedrijf is steeds meer in het vizier gekomen omdat een aantal regeringen gedeeltelijke lekken van Mossack Fonseca-documenten in handen kregen. De overheden in Duitsland en Brazilië zijn de praktijken van Mossack Fonseca onder de loep beginnen nemen.

Vooraleer Süddeutsche Zeitung het lek van 11,5 miljoen documenten toegespeeld kreeg, kocht de Duitse fiscus van een klokkenluider al een kleiner pak documenten, dat volgens bronnen die het kunnen weten sindsdien ook aangeboden werd aan de fiscus in het Verenigd Koninkrijk, de VS en andere landen.

In februari 2015 onthulde Süddeutsche Zeitung dat de Duitse fiscus was binnengevallen bij Commerzbank, een van de grootste banken van het land. De huiszoekingen kaderden in een onderzoek naar belastingsfraude. Volgens de Duitse overheid zou het onderzoek uiteindelijk kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging van werknemers van Mossack Fonseca.

De rol van banken en andere tussenpersonen

In totaal, zo blijkt uit de documenten, werkte Mossack Fonseca samen met meer dan 14.000 banken, advocatenkantoren, oprichters van bedrijven en andere tussenpersonen om offshore vennootschappen, stichtingen en trusts in het leven te roepen.

Deze tussenpersonen zijn volgens Mossack Fonseca zijn échte klanten - en dus niet de uiteindelijke personen die de offshore bedrijven gebruiken. Het bedrijf zegt dat deze tussenpersonen bijkomende lagen van toezicht bieden om nieuwe klanten te screenen. Over zijn eigen procedures zegt Mossack Fonseca dat die vaak 'de bestaande regels en normen overstijgen waar we ons aan moeten houden'.

De documenten maken duidelijk dat grote banken de drijvende kracht zijn achter de oprichting van moeilijk traceerbare bedrijven op de Britse Maagdeneilanden, in Panama en andere belastingparadijzen. Banken hebben, zo blijkt uit het lek, bijna 15.600 "papieren bedrijven" opgezet voor hun klanten die hun financiën onder de radar wilden houden.

Witwassen, belastingontduiking en andere overtredingen

Op basis van een analyse van de gelekte documenten ontdekte ICIJ dat meer dan 500 banken, hun dochterbedrijven en filialen sinds de jaren zeventig hebben samenwerkt met Mossack Fonseca om hun klanten te helpen offshore bedrijven te besturen. UBS bijvoorbeeld richtte meer dan 1100 offshore vennootschappen op via Mossack Fonseca. HSBC en zijn filialen zette er meer dan 2300 op.

Firma's die - zoals Mossack Fonseca - bedrijven en bankrekeningen helpen opzetten moeten opletten voor klanten die mogelijk betrokken zijn bij witwassen, belastingontduiking of andere wetsovertredingen. Dat staat in nationale wetten én internationale akkoorden. De firma's moeten bijzondere aandacht schenken aan "politically exposed persons": regeringsleden of hun familie en medewerkers. Wanneer iemand een "PEP" is, dan moeten de tussenpersonen die voor hen bedrijven oprichten, de activiteiten van de PEP grondig controleren, om te voorkomen dat ze zouden deelnemen aan corruptie.

Mossack Fonseca liet aan ICIJ weten dat het 'een goed beleid en procedures heeft om die cases te identificeren' waarin individuen betrokken zijn die als PEP aanzien kunnen worden.

Het gros van de diensten die de offshore industrie aanbiedt, zijn wettelijk - als ze tenminste worden toegepast zoals de wet het voorschrijft

Het gros van de diensten die de offshore industrie aanbiedt, zijn wettelijk, als ze tenminste worden toegepast zoals de wet het voorschrijft. Maar uit de documenten blijkt dat banken, advocatenkantoren en andere spelers uit de offshore wereld vaak hebben nagelaten om alle wettelijke bepalingen te volgen -zoals de verplichting om erop toe te zien dat hun klanten niets te maken hebben met criminele ondernemingen, met belastingontwijking of politieke corruptie. In sommige gevallen, zo blijkt uit de documenten, hebben offshore tussenpersonen zichzelf en hun cliënteel beschermd door verdachte transacties te verbergen of door officiële documenten te manipuleren.

Geheimhouding doorbreken

'De resultaten van dit onderzoek tonen aan hoe schadelijke praktijken en misdaad ingeworteld zijn in de wereld van offshores', zegt Gabriel Zucman, economist aan de Universiteit van California in Berkeley en auteur van The Hidden Wealth of Nations: The Scourge of Tax Havens.

Zucman, die werd gebrieft over het onderzoek, vindt dat het vrijgeven van de gelekte documenten regeringen ertoe moet aanzetten om 'concrete actie' te ondernemen tegen landen en instellingen die leuren met offshore geheimhouding.

Mossack Fonseca's thuisland, Panama, stemde niet in met een plan om wereldwijd informatie uit te wisselen over bankrekeningen -uit bezorgdheid dat zijn offshore industrie daardoor een competitief nadeel zou oplopen. Panamese ambtenaren zeggen dat ze wel degelijk informatie zullen uitwisselen, maar op bescheiden schaal.

De uitdaging voor hervormers en wetshandhavers is hoe crimineel gedrag op te sporen en te stoppen als het begraven ligt onder verschillende geheimhoudingslagen.

De meest efficiënte manier om die geheimhouding te doorbreken, bleek het lekken van documenten die de realiteit blootleggen. Eerdere lekken die zijn onderzocht door ICIJ en zijn partnermedia hebben geleid tot nieuwe wetgeving en officiële onderzoeken in tientallen landen. Blijkbaar boezemden de onderzoeken ook klanten van de offshore wereld angst in -angst dat hun geheimen ontdekt zou worden.

PanamaPapers4

In april 2013 publiceerde ICIJ de Offshore Leaks-verhalen, gebaseerd op confidentiële documenten uit de Britse Maagdeneilanden en Singapore. In reactie daarop mailden sommige klanten van Mossack Fonseca naar het advocatenkantoor: ze wilden zekerheid dat hun offshores veilig verborgen zouden blijven. Maak je maar geen zorgen, luidde het antwoord van Mossack Fonseca. Het bedrijf stelde dat zijn inzet voor de privacy van de klanten 'altijd van het grootste belang is geweest. Uw vertrouwelijke informatie is opgeslagen in ons state-of-the-art datacenter, en alle communicatie binnen ons wereldwijde netwerk verloopt via een encryptie-algoritme dat voldoet aan de allerhoogste normen ter wereld.'

ICIJ zal de volledige lijst van offshores en de personen die ermee verbonden zijn in mei 2016 wereldkundig maken.

PanamaPapers is een samenwerking tussen Knack, ICIJ, Süddeutsche Zeitung, De Tijd, MO* en Le Soir.

Dit artikel is geschreven door Bastian Obermayer, Gerard Ryle, Marina Walker Guevara, Michael Hudson, Jake Bernstein, Will Fitzgibbon, Mar Cabra, Martha M. Hamilton, Frederik Obermaier, Ryan Chittum, Emilia Díaz-Struck, Rigoberto Carvajal, Cécile Schilis-Gallego, Marcos García Rey, Delphine Reuter, Matthew Caruana-Galizia, Hamish Boland-Rudder, Miguel Fiandor and Mago Torres.

Bron:
http://www.knack.be/nieuws/wereld/panamapapers-legt-de-geheime-wereld-van-offshores-bloot/article-longread-687009.html

 

De gevaarlijke banden van een Panamees advocatenkantoor met oligarchen, witwassers en dictators

Een voordeel van zogenaamd lege vennootschappen is dat het geld dat erin wordt gestopt niet herleid kan worden naar de eigenaar. Stel: je bent een dictator die geld door wil sluizen naar terroristen, smeergeld aan wil nemen of de nationale schatkist wil plunderen. Een leeg vennootschap is dan een nepbedrijf waar je geld kunt stallen en doorsluizen zonder dat internationale wethandhavingsinstanties of belastingdiensten weten dat het van jou is. Als geld eenmaal is aangemerkt als bezit van het bedrijf – dat meestal wordt opgericht door een advocaat of handlanger in een buitenlands belastingparadijs, zodat het nog moeilijker is om de eigenaar te traceren – kun je het gewoon uitgeven of gebruiken voor criminele praktijken. Lege vennootschappen maken het mogelijk om zwart geld met allerlei administratieve trucjes wit te wassen. Keith Prager, voormalig rechercheur van de Amerikaanse douane, noemde de nepbedrijven daarom "vluchtauto's voor bankrovers".

Soms lukt het internationale onderzoekers wel om de geldstromen te volgen. Neem bijvoorbeeld het geval van Rami Makhlouf, de rijkste en machtigste zakenman van Syrië. Hij wordt ervan verdacht dat hij de 'bag man' – iemand die de plunderbuit verzamelt en beheert – van president Bashar al-Assad is, de man die de afgelopen drie jaar medeverantwoordelijk was voor de dood van meer dan tweehonderdduizend Syrische burgers. Assad daargelaten zijn er in Syrië weinig mensen die meer gehaat worden dan Makhlouf. Hij is de neef van de president en de broer van het hoofd van de Syrische inlichtingendienst. Met die connecties heeft hij een zakennetwerk opgebouwd dat zich bezighoudt met telecommunicatie, energielevering en bankzaken, waardoor hij op zijn veertigste al een fortuin had verzameld dat volgens schattingen in de miljarden loopt. Toen in 2011 de opstand tegen het regime losbarstte, staken demonstranten een vestiging van zijn telefoniebedrijf in brand terwijl ze scandeerden: "Makhlouf is een dief!"

In 2006 schreef het Britse tijdschrift New Statesmen dat "geen enkel buitenlands bedrijf zaken kan doen in Syrië zonder de goedkeuring en bemoeienis van Makhlouf." Een geheime notule uit 2011 van de Amerikaanse ambassade in Damascus, naar buiten gebracht door WikiLeaks, beschrijft hem als "het gezicht van de corruptie in Syrië." In datzelfde jaar verbood het Amerikaanse ministerie van Financiën Amerikaanse bedrijven om zaken te doen met Makhlouf. De verklaring was dat hij "zijn commerciële imperium heeft opgebouwd door zijn banden met leden van het Syrische regime uit te buiten" en dat hij "agenten van de Syrische inlichtingendienst gebruikte om zijn concurrenten te intimideren."

Toen de Syrische burgeroorlog losbarstte en de nationale veiligheidsdiensten de tegenstanders van Assad neer begonnen te maaien, plaatsten de Verenigde Staten en de Europese Unie Makhlouf op een lijst van regimehandlangers wiens internationale bezittingen getraceerd en in beslag genomen moesten worden. Dit omdat hij, zoals het Amerikaanse ministerie van Financiën stelde, rijk was geworden door mensen om te kopen en "de openlijke corruptie van Syrische regimeleden te steunen."

Als Makhlouf een bankrover is, dan is zijn vluchtauto het bedrijf Drex Technologies SA. In juli 2012 identificeerde het Amerikaanse ministerie van Financiën het nepbedrijf Drex – met een adres op de Britse Maagdeneilanden – als het bedrijf dat Makhlouf in het geheim bezat en gebruikte "om zijn internationale financiële holdings te beheren en faciliteren." Met andere woorden: stel dat Makhlouf bij een zakendeal met een corrupte Syrische ambtenaar een paar miljoen had verduisterd, dan zou hij dat niet op zijn eigen bankrekening storten, maar doorsluizen via Drex zodat het geld niet met hem in verband kan worden gebracht.

In oktober kreeg ik van het bedrijfsregistratiebureau van de Britse Maagdeneilanden een aantal documenten over Drex. Daar stond weinig in, Makhloufs naam komt er bijvoorbeeld niet in voor. Als de Syrische burgeroorlog er niet voor had gezorgd dat de internationale recherche de bezittingen van Makhlouf en andere leden van Assads regime getraceerd en bevroren had, dan had het Amerikaanse ministerie van Financiën nooit ontdekt dat hij eigenaar, bestuursvoorzitter en aandeelhouder van het bedrijf was. Tegen de tijd dat het ministerie daarachter kwam, was het al te laat: Makhloufs bedrijf was verdwenen uit het archief van het bedrijfsregistratiebureau van de Britse Maagdeneilanden. Drex Technologies SA was de vluchtauto die zijn schaduwactiviteiten mogelijk maakte. Voordat dat ontdekt werd, had hij genoeg tijd om zijn zaken en bezittingen naar een andere eilandengroep met soepele belastingwetten te verhuizen.

Maar hoe kunnen deze nepbedrijven bestaan? Om zaken te kunnen doen, moeten lege vennootschappen als Drex een geregistreerd tussenpersoon hebben (soms een advocaat) die de benodigde papieren indient en wiens kantoor meestal als het vestigingsadres van het bedrijf fungeert. Dat creëert een extra schakel tussen de lege vennootschap en de eigenaar, vooral als het bedrijf geregistreerd is in een belastingparadijs waar eigenaarsinformatie afgeschermd wordt door een ondoordringbare muur van geheimhoudingswetten. In het geval van Makhlouf – en, zo ontdekte ik, in het geval van een aantal andere corrupte zakenlieden en internationale gangsters – was het bedrijf dat zijn lege vennootschap registreerde een advocatenkantoor dat Mossack Fonseca heet.

Het advocatenkantoor – dat van 4 juli 2000 tot eind 2011 de geregistreerde tussenpersoon van Drex was – werd in 1977 in Panama opgericht door de Duitser Jurgen Mossack en de Panamees Ramón Fonseca, die vicevoorzitter was van de Panamese regeringspartij. Later kwam er een derde directeur bij: de Zwitserse advocaat Christoph Zollinger. Sinds de jaren zeventig heeft het bedrijf zijn activiteiten steeds verder uitgebreid. Tegenwoordig werken ze samen met gelieerde kantoren in 44 landen, waaronder de Bahama's, Cyprus, Hongkong, Zwitserland, Brazilië, Luxemburg en de Britse Maagdeneilanden, en in de Amerikaanse Staten Wyoming, Florida en Nevada.

Mossack Fonseca is natuurlijk niet het enige bedrijf dat lege vennootschappen opzet voor de allergrootste dieven en belastingontduikers. Wereldwijd is er een groot aantal concurrerende bedrijven. Veel daarvan registreren vennootschappen die net zo schimmig zijn als Drex. Neem bijvoorbeeld de zaak van Viktor Bout, die in de jaren negentig wapens aan de taliban leverde via een vennootschap dat in Delaware was geregistreerd. En in 2010 bekende ene Khalid Ouazzani schuld aan het doorsluizen van geld voor al-Qaida, via het bedrijf Truman Used Auto Parts uit Kansas City in Missouri.

In verschillende nieuwsberichten en internationale onderzoeken werd Mossack Fonseca al bestempeld als een van de grootste oprichters van lege vennootschappen ter wereld. Tot nu toe heeft het bedrijf echter een arsenaal aan wettelijke en administratieve trucjes gebruikt om niet gesnapt te worden. (Het bedrijf zelf sprak dit tegen en stelde in een e-mail dat "er geen rechts- of overheidsdocumenten zijn die Mossack Fonseca hebben geïdentificeerd als de oprichter van 'lege' bedrijven. De claim dat onze groep gelieerd is aan criminele activiteiten is ongefundeerd, in zoverre dat wij niet op de hoogte zijn van het bestaan van enige gerechtelijke actie tegen ons bedrijf... tot nu toe.")

Maar een jaar onderzoek wijst uit dat Mossack Fonseca – door The Economist beschreven als een opvallend "onspraakzame" leider op het gebied van offshore-finance – wel degelijk als geregistreerd tussenpersoon heeft gefungeerd voor nepbedrijven die gelinkt zijn aan beruchte gangsters en dieven, waaronder handlangers van Moammar Gaddafi en Robert Mugabe, een Israëlische miljardair die een van de armste landen van Afrika heeft geplunderd en de oligarch Lázaro Báez, die volgens Amerikaanse rechtbankdossiers en verslagen van een federaal aanklager in Argentinië ervan wordt verdacht dat hij miljoenen heeft witgewassen met een netwerk van lege vennootschappen, waarvan een aantal met hulp van Mossack Fonseca in Las Vegas geregistreerd was.

Verschillende documenten en interviews die ik afnam tonen aan dat Mossack Fonseca maar al te graag cliënten helpt om zogenaamde 'shelf companies' te kopen, de vintagewijnen van de witwaswereld. Gehaat door wethandhavers en geliefd onder boeven, omdat ze voor verkoop jarenlang 'gerijpt' zijn, waardoor het gevestigde bedrijven met een onberispelijke geschiedenis lijken. Een internationale assetmanager die met Mossack Fonseca over mogelijke zakendeals praatte, vertelde me dat het bedrijf hem voor een ton een vijftig jaar oud nepbedrijf aanbood.

Als lege vennootschappen de vluchtauto's van bankrovers zijn, dan is Mossack Fonseca misschien wel de schimmigste autohandelaar ter wereld.



Afgelopen maart vloog ik naar Panama-Stad, waar het hoofdkwartier van Mossack Fonseca zit. Victor, een lokale journalist, reed me rond door de stad. We kwamen langs de groene golfbanen en villa's in de oude Canal Zone, de aftandse flats in El Chorrillo en het woud van wolkenkrabbers in het zakendistrict. Panama maakte zich op voor de nationale verkiezingen en op iedere telefoonpaal of muur hingen campagneposters. Victor leverde al rijdend commentaar op alles wat we zagen. "Die gast is een eikel," zei hij, terwijl hij langs een billboard van een parlementskandidaat reed die volgens hem banden met de lokale drugshandel had. "Nou ja, het zijn allemaal eikels. Maar hij is écht een eikel."

Panama wordt al meer dan een eeuw door eikels gerund. In 1903 richtte de regering van Theodore Roosevelt het land op, nadat Colombia was overgehaald om de toenmalige provincie Panama af te staan. Roosevelt handelde namens verschillende banken, waaronder J.P. Morgan & Co, die benoemd werden tot de officiële 'fiscale agent' van het land en de tien miljoen dollar aan hulpgelden van de Verenigde Staten mochten beheren.

De Amerikaanse banken hielpen Panama een financieel centrum te worden. Nadat de overheid in de jaren zeventig een aantal van de strikste financiële geheimhoudingwetten ter wereld invoerde, groeide het land uit tot een belasting- en witwasparadijs. Waarschijnlijk was dat de reden dat Mossack Fonseca zich hier in 1977 vestigde. De geheimhoudingswetten waarborgden niet alleen de anonimiteit van investeerders; ze maakten het ook illegaal voor banken om wat voor informatie dan ook over hun klanten vrij te geven, tenzij dit door een rechtbank bevolen werd in een zaak die met terrorisme, drugshandel of andere serieuze overtredingen te maken had (belastingontduiking hoorde daar niet bij). De wetten trokken een lange stoet aan zwendelaars, dieven en dictators – waaronder Ferdinand Marcos, 'Baby Doc' Duvalier en Augusto Pinochet – die Panama gebruikten om hun gestolen buit te verstoppen.

Toen Manuel Noriega, commandant van de Panamese defensiemacht FDP, in 1983 de macht greep, nationaliseerde hij de witwaspraktijken door zakenpartner te worden van het Medellín-kartel en hen vrij spel te geven in het land. Noriega steunde meestal het buitenlandbeleid van de Amerikanen en werd jarenlang door de CIA betaald, maar de Verenigde Staten verloren hun geduld toen hij Amerikaanse pogingen tot het omverwerpen van de linkse Sandinistische overheid in buurland Nicaragua belemmerde. Mede daardoor viel Amerika in 1989 Panama binnen en werd Noriega afgezet, waarna de macht werd teruggegeven aan de oude bankierselite, de erfgenamen van de J.P. Morgan-nalatenschap.

De overheid van de nieuwe president Guillermo Endara, een advocaat die een paar uur nadat op 20 december 1989 de invasie begon op een Amerikaanse legerbasis werd beëdigd, gaf een vriendelijker en zachter gezicht aan het land. Maar sindsdien hebben zowel Endara als zijn democratisch gekozen opvolgers weinig gedaan om de meest in het oog springende problemen van het land op te lossen: corruptie en armoede.

Een recent rapport van de Amerikaanse overheid stelde dat Panama "geplaagd" wordt door fraude en internationale belastingontduiking, wat "grote bronnen van illegale inkomsten" zijn. De Panamese financiële wetten zijn nog steeds opmerkelijk soepel. Buitenlandse bedrijven brengen zonder belasting te betalen onbeperkte hoeveelheden geld het land binnen. Volgens een rapport van het Internationaal Monetair Fonds heeft Panama maar één van de veertig aanbevolen regels om witwassen en het financieren van terrorisme tegen te gaan ingevoerd. In september meldde de New York Times dat handlangers van president Poetin via nepbedrijven in Panama geld uit Rusland hadden gesmokkeld. "Als het om witwassen gaat, bieden wij de volledige service: spoelen, wassen en drogen," zegt Miguel Antonio Bernal, een prominente lokale advocaat en politiek analist. "Je kunt naar elk advocatenkantoor in de stad gaan, van het kleinste kantoortje tot het allergrootste bureau, en zonder dat iemand iets vraagt een lege vennootschap oprichten."

In Panama-Stad verbleef ik in een enorme suite op de zestiende verdieping van het Waldorf Astoria Hotel, een glinsterende toren met panoramauitzicht over de baai. Ik had mijn aankomst zo gepland dat ik tegelijk in het hotel verbleef met ongeveer zeventig internationale financieel adviseurs die de allerrijksten tot hun klanten kunnen rekenen – mensen met een hoge nettowaarde, om het in zakentermen te zeggen. Ze waren in het hotel voor een tweedaagse conferentie en ik was erachter gekomen dat een van de sprekers Ramses Owens was, een advocaat en financieel expert die voor Mossack Fonseca had gewerkt.

's Ochtends werd ik wakker en tilde mijn hoofd op van het donzen verenkussen op mijn kingsize bed, sloeg het zware laken met een threadcount van 300 van me af, kleedde me aan en pakte de lift naar de conferentiezaal beneden, de Diamond Ballroom van het hotel. Hoewel het een besloten bijeenkomst was, kon ik hier en daar wat afluisteren en kreeg ik een lijst van de deelnemers en een programma van de praatjes en presentaties. Aan tafels met karaffen water en vazen vol bloemen zaten voornamelijk mannen met grijzend haar en uitdijende buiken, gekleed in donkere wollen pakken die je op de broeierige straten van Panama-Stad direct een zonnesteek zouden bezorgen, maar precies goed waren in de Diamond Ballroom, die gekoeld werd tot ongeveer 18 graden. Dit waren belastingadvocaten, accountants, bankiers en fondsbeheerders. Ze zaten in rijen naar een klein podium gericht met daarop een spreekstoel en een scherm voor powerpointpresentaties.

Ongeveer de helft van de aanwezigen was Panamees, een kwart was ingevlogen vanuit de Verenigde Staten, Europa en Zuid-Amerika, en nog eens een kwart kwam uit traditionele offshore-locaties als de Turks- en Caicoseilanden, de Bahama's, St. Lucia en Belize. Dit waren "echt kwaadaardige mensen", zo had Jack Blum, een voormalig onderzoeker van de Amerikaanse Senaat en een in witwassen gespecialiseerde advocaat uit Washington, me verteld voordat ik was vertrokken. "En ze willen leren hoe ze nog slechtere mensen kunnen worden."

Ik zie dat je de Remi aan het uithangen bent," zei Edward Brendan Lynch, een in de Bahama's gevestigde financieel adviseur, tijdens een pauze tussen de praatjes. Ik zat aan de bar de aanwezigen te bespioneren en hij wachtte op zijn whisky on the rocks. "Waar kom je vandaan?" Toen ik hem vertelde dat ik uit Washington D.C. kom, zei Lynch dat hij daar jaren geleden wel eens was geweest. "Ik heb daar de kersenbloesems gezien," herinnerde hij zich. "Lunch bij de Jockey Club. Mooie tent." Terug in de Diamond Ballroom stapte Ramses Owens het podium op. Hij was onberispelijk gekleed, zijn haar perfect geknipt en in een scheiding gekamd; hij was de belichaming van de banaliteit van het moderne financiële kwaad. Owens, die in het programmaboekje beschreven stond als een meester in 'belastingplanning', grapte tegen het publiek dat hij zijn werk tegenover klanten liever beschreef als 'bezittingsoptimalisatie'.

Toen hij bij Mossack Fonseca werkte, maakte Owens gebruik van zijn expertise in het opzetten van vennootschappen op het Polynesische eiland Niue. In 1996 kreeg het bedrijf de exclusieve rechten om lege vennootschappen op te zetten op het eiland. Binnen vier jaar waren er meer dan zesduizend lege vennootschappen geregistreerd, waarvan sommige volgens internationale onderzoeken en nieuwsberichten eigendom waren van Oost-Europese misdaadsyndicaten en internationale drugkartels. Deze ontdekking leidde in 2001 tot het instellen van internationale sancties die het eiland dwongen om zijn bedrijfsregistratiebureau op te doeken. Mossack Fonseca probeerde de pijn voor zijn klanten te verzachten door hun rekeningen en bezittingen van Niue naar andere belastingparadijzen over te hevelen, zoals Samoa en – zo bleek later uit documenten die Mossack Fonesca van de rechter moest overdragen – Nevada. (Er is echter geen bewijs dat de bedrijven die ze verhuisden betrokken waren bij criminele activiteiten, hoewel de identiteiten van de eigenaren van die bedrijven nog steeds onbekend zijn.)

De strenge aanpak van Niue was onderdeel van een bredere internationale inspanning van de Verenigde Staten, Engeland en andere westerse landen. De acties werden in eerste instantie gedreven door zorgen over terrorisme en georganiseerde misdaad, maar hebben een nieuwe impuls gekregen door groeiende begrotingstekorten, die voor een significant deel worden veroorzaakt door wijdverbreide belastingontduiking. Volgens schattingen hebben alleen Amerikanen al meer dan een biljoen dollar ondergebracht in buitenlandse belastingparadijzen, waardoor de Amerikaanse belastingdienst jaarlijks meer dan honderd miljard misloopt. In 2010 nam de Amerikaanse overheid de Foreign Account Tax Compliance Act aan, nadat het Zwitserse UBS een boete van 780 miljoen dollar was opgelegd voor het helpen van Amerikaanse rekeninghouders om hun bezittingen te verbergen voor de belastingdienst. (In één zaak had een bankier van UBS voor een klant diamanten over de grens gesmokkeld in een tandpastatube). De FATCA, die op dit moment stapsgewijs wordt ingevoerd, vereist nu al dat buitenlandse banken de Amerikaanse belastingdienst op de hoogte stellen van rekeningen die op naam staan van Amerikaanse belastingbetalers.

De aanwezigen in de Diamond Ballroom maakten zich uiteraard zorgen over de FATCA. Marie Fucci, een financieel adviseur met zowel Amerikaanse als Europese cliënten, noemde de wet een vorm van financiële "apartheid" – maar Owens probeerde de conferentiegangers gerust te stellen. Terwijl hij powerpointslides met plaatjes van bankkluizen, stapels briefgeld en andere financiële porno liet zijn, somde Owens verschillende manieren op om onder die irritante internationale regels uit te komen. De FATCA, zo verzekerde hij, zou het offshore-systeem niet onderuit halen, en zeker niet in Panama, waar advocaten en accountants machtige politieke bondgenoten hebben (zoals de minister van Financiën van het land, die ook een lezing gaf op het evenement). Owens schatte dat negen van de tien bedrijven die in Panama geregistreerd zijn een buitenlandse eigenaar hebben, en zei dat Panamese private stichtingen – een lokale creatie die in de offshore-wereld net zo geliefd is als traditionele favorieten zoals de Zwitserse bankrekening – nog steeds anoniem geld konden beheren, zelfs als de FATCA volledig geïmplementeerd is. De bankiers en adviseurs in het publiek knikten goedkeurend.


De ochtend na Owens speech ging ik op weg naar het kantoor van Mossack Fonseca. Ik verwachtte niet dat ik iemand van de firma zou kunnen spreken, aangezien ik al meerdere keren had geprobeerd een afspraak te maken maar steeds beleefd maar beslist werd afgewezen. "We hebben besloten niet deel te nemen aan dit interview," schreef woordvoerder Lexa de Wittgreen me in een afwimpelmailtje, wat in ieder geval laat zien dat Mossack Fonseca grondige achtergrondchecks doet – niet bij hun klanten, maar wel als het om journalisten gaat.

Ik had alleen een gratis kaart van het hotel en verdwaalde al snel in het drukke zakendistrict van Panama-Stad, een soort miniatuurversie van Hongkong maar dan in tropische kleuren. Terwijl ik om me heen keek op zoek naar een straatnaambordje, zag ik een jonge man in een donkere broek en een groen gestreept overhemd uit een kantoorgebouw van Edificio Omega komen en de bestuurdersdeur van een zwarte Mitsubishi Sportero openen. "Het is best ver weg," zei hij in foutloos Engels toen ik hem vroeg naar het kantoor van Mossack Fonseca. "Heb je daar een afspraak? Want ik doe hetzelfde soort werk en kan je misschien wel helpen." Hij haalde een visitekaartje tevoorschijn, gaf het aan me en glimlachte van oor tot oor. Hij bleek toevallig Alejandro Watson Jr. van Owens & Watson te zijn, waar Ramses Owens partner is. "Ik werk daar," zei hij, terwijl hij naar de tweede verdieping van het gebouw wees. "Ik heb nu een afspraak maar ik kan later op de dag met je afspreken, of ik kan je nu mee naar binnen nemen en aan een van mijn collega's voorstellen."

Voor mijn reis had ik overwogen om contact op te nemen met een lokaal advocatenkantoor om te zien hoe makkelijk het zou zijn om een lege vennootschap op te richten. Dit was een te perfecte kans om te laten liggen. "Ik ben hier een paar dagen om naar vastgoed te kijken" loog ik, terwijl auto's toeterend voorbij raasden. "Ik moet hier een bedrijf opzetten om de aankoop te kunnen doen. Wat zou ik daarvoor nodig hebben?" "Het enige wat ik nodig heb is een paspoort, een rijbewijs, iets waar je adres op staat en een referentiebrief van een bank, welke bank dan ook," zei Watson. "We hoeven verder niet veel te weten over jouw bedrijf. We willen je alleen maar helpen om zaken te doen, zodat we kunnen blijven samenwerken." "Komt mijn naam op de papieren te staan?" vroeg ik. Ik dacht dat mijn directheid hem misschien zou afschrikken – het was tenslotte de belofte van anonimiteit die al die schimmige figuren naar Niue had getrokken toen Watsons huidige baas nog voor Mossack Fonseca werkte. Maar hij bleef net zo vrolijk en vriendelijk als een ijscoman die softijsjes verkoopt aan buurtkinderen. "Jij hebt een FATCA-probleem," zei Watson met een glimlach en een begripvolle blik. "Daar komen we wel uit. Ik raad je aan om een fonds op te zetten, want dat kan juridisch gezien eigendom zijn van iemand anders."

Ik vroeg of ik een bankrekening zou kunnen openen voor mijn lege vennootschap, zodat ik toegang tot mijn geld zou hebben. Het heeft tenslotte geen zin om geld ergens op een eiland te verstoppen als je het niet uit kunt geven. "Absoluut," zei Watson enthousiast. Hij dook de Sportero in en pakte een brochure van een stapel die tussen de twee voorstoelen lag. "We hebben een wereldwijd banknetwerk," zei hij, en toonde een pagina waarop tientallen financiële bedrijven stonden waarmee zijn firma samenwerkt. Het netwerk omvatte kleine banken in Panama, de Kaaimaneilanden, Monaco en Andorra, maar ook grote namen als HSBC en de diamantsmokkelaars van UBS.

Een rapport van een comité van de Amerikaanse senaat beschreef eerstgenoemde als een belangrijk doorgeefluik voor "drugbaronnen en schurkenstaten." Vorig jaar ging de bank akkoord met een schikking van 1,92 miljard dollar met het Amerikaanse ministerie van Justitie, nadat bekend was geworden dat het Colombiaanse en Mexicaanse kartels had geholpen om miljoenen wit te wassen via lege vennootschappen. De lijst van banken zag er veelbelovend uit, als ik echt een schurk was geweest die een plek zocht om zijn geld te verstoppen voor de belastingdienst of de politie.

Het hele proces zou maar een paar dagen duren, zei Watson, en de kosten ervan waren verwaarloosbaar: ongeveer twaalfhonderd dollar om mijn vennootschap te registreren, driehonderd dollar om de overheidstarieven te betalen en een paar honderd dollar voor Owens & Watson om bestuurders aan te stellen, als dat nodig was. Als ik een shelf-vennootschap wilde kopen, de gerijpte versie, dan zou dat nog een beetje extra kosten. "En mijn naam komt nergens op de papieren te staan, toch?" vroeg ik. "Nee, nee, nee," zei Watson. "Dat is geen probleem."

Kort na mijn gesprek met Watson vond ik het kantoor van Mossack Fonseca, op de bovenste drie verdiepingen van een gebouw waarin op de begane grond ook een tandarts is gevestigd. Ik hoopte er in ieder geval even binnen te kunnen kijken maar liet dat idee varen toen ik een bewaker bij de ingang zag staan, met een lijst van alle bezoekers. Laat ik dan in ieder geval een foto van het kantoor nemen, dacht ik. Maar het gebouw van Mossack Fonseca wordt blijkbaar net zo goed bewaakt als de identiteit van zijn klanten. "Hij is een foto aan het maken!" riep een vrouw die net het gebouw binnenkwam toen ze zag dat ik mijn iPhone omhoog hield. Ze riep nog een keer en wees naar me. "Hij is een foto aan het maken!"

Hierna besloot ik het maar in Las Vegas te proberen. Mossack Fonseca beschrijft Nevada als "een van de beste jurisdicties" in de Verenigde Staten om een bedrijf op te zetten, vanwege de "veelzijdigheid, lage kosten en snelle service" van de staat. Een prima plek voor Mossack Fonseca om zaken te doen dus, omdat Amerika volgens de researchgroep Global Financial Integrity na Kenia het makkelijkste land is om een nepbedrijf op te zetten. Boeven registreren hier ook graag bedrijven omdat een Amerikaans adres hen de schijn van fatsoenlijkheid geeft die de aandacht afleidt van hun criminele activiteiten, zo vertelde Heather Lowe van Global Financial Integrity me.

Sinds Mossack Fonseca meer dan tien jaar geleden zijn diensten aan begon te bieden in de staat, heeft het een lokale firma genaamd MF Corporate Services gebruikt om meer dan duizend bedrijven te registreren. Het grootste deel daarvan wordt gemanaged vanuit locaties als Geneve, Bangkok, en de Britse Maagdeneilanden. In Nevada zijn de enige namen die op de openbare documenten van een lege vennootschap moeten staan die van een plaatselijke tussenpersoon en van een "manager" – maar geen van die twee hoeft een persoon te zijn. De plaatselijke tussenpersoon is meestal een bedrijf dat de lege vennootschap registreert en de manager kan weer een ander anoniem bedrijf zijn. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om erachter te komen wie de echte eigenaar van een vennootschap in Nevada is, tenzij de rechtbank dwingt tot openbaarmaking.

Officieel is MF Corporate Services onafhankelijk van Mossack Fonseca. Maar in de praktijk tonen rechtspapieren, registratiedocumenten en andere vertrouwelijke bestanden aan dat het fungeert als een lokale vestiging van Mossack Fonseca, en dat de belangrijkste werknemers rechtstreeks rapporteren aan Panama-Stad. Dit soort afbakeningstechnieken worden door veel grote bedrijven die lege vennootschappen opzetten gebruikt, omdat ze ervoor zorgen dat het moederbedrijf juridisch gezien niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de dingen die zijn lokale kantoren doen. Het heeft wel iets weg van de manier waarop grote winkelketens allerlei tussenpersonen gebruiken om hun fabrieken te managen, waardoor ze niet direct met de sweatshops in verband gebracht kunnen worden.

"Dit zijn naadloze, verticaal geïntegreerde topdownorganisaties, tot het moment dat er een agent of onderzoeker voor de deur staat," zegt Jack Blum, de witwasexpert. "Zodra er een onderzoek gestart wordt, vallen ze uiteen in losstaande entiteiten en zweert iedereen dat hij niets weet over de andere schakels in het systeem. Het is net een legpuzzel die compleet is, maar opeens in honderden stukjes uiteenvalt zodra iemand er eens goed naar kijkt." Dat is inderdaad precies hoe Mossack Fonseca antwoordde op vragen over schimmige activiteiten in Las Vegas. Hoewel het onmogelijk is om precies te achterhalen wie er achter het merendeel van Mossack Fonseca's nepbedrijven zit, geven een lopend misdaadonderzoek in Argentinië en een gerelateerde zaak die voor de districtsrechtbank van Nevada verscheen wel een idee.

Volgens de documenten van de onderzoeken is de oligarch Lázaro Báez de stiekeme eigenaar van meer dan honderd nepbedrijven die Mossack Fonseca oprichtte in Nevada. Alle bedrijven werden volgens de aanklagers beheerd door Aldyne Ltd., een anoniem bedrijf dat Mossack Fonseca op de Seychellen registreerde. (Mossack Fonseca is nog niet beschuldigd van een strafbaar feit in Argentinië of Nevada, maar een van zijn werknemers is wel opgeroepen door de rechtbank in Las Vegas, en de districtsrechtbank heeft het bedrijf bevolen om alle documenten die te maken hebben met de Báez-bedrijven vrij te geven – een bevel waar het bedrijf nog niet volledig gehoor aan heeft gegeven.)

Báez is een voormalig bankbediende die een groot zakenimperium opbouwde door middel van connecties die hij kreeg via zijn goede vrienden Cristina en Néstor Kirchner (de huidige en voormalige president van Argentinië) en hun politieke bondgenoten in zijn provincie, zo valt in verschillende nieuwsberichten te lezen. Báez was er zo kapot van dat zijn beschermheer Néstor in 2010 stierf, dat hij een mausoleum van drie verdiepingen voor hem liet bouwen. Volgens de aanklagers waren de nepbedrijven in Nevada onderdeel van een netwerk dat Báez gebruikte om meer dan 65 miljoen dollar – bestemd voor openbare-infrastructuurprojecten – te verduisteren.

De bedrijven die nu in verband worden gebracht met Báez werden geregistreerd door MF Corporate Service, wiens assistent-manager Patricia Amunategui volgens een bron die dichtbij het bedrijf staat door Mossack Fonseca gevraagd werd om ook op te treden als secretaris van Aldyne Ltd. Toen ik ze vroeg naar de illegale activiteiten van bedrijven van vroegere cliënten, antwoordde Mossack Fonseca in een e-mail dat "geregistreerde tussenpersonen niet aansprakelijk zijn voor de zakentransacties of andere acties van het bedrijf dat zij registreren."

Amunategui komt uit Chili, werkte voorheen als cocktailserveerster in een casino, houdt (afgaand op haar facebookpagina) van yoga, spiritualiteit en wandelen, en bewondert de Dalai Lama, de Tea Party, en de Chileense dictator Augusto Pinochet. Volgens haar heeft MF Corporate Services "geen enkele relatie met Lázaro Báez, en ook nooit gehad." Ook claimt ze niet in dienst te zijn bij Mossack Fonseca, hoewel ze een paar jaar geleden met een wervende quote in de catalogus van de Universiteit van Nevada stond. Nadat ze haar diploma als juridisch medewerker haalde, kreeg ze "een geweldige baan als vicepresident van Mossack Fonseca," zo viel er te lezen. (Ze stelt dat ze verkeerd geciteerd werd.) Amunategui was degene die ik het meest hoopte te ontmoeten toen ik begin november naar Las Vegas vloog.


"Je auto staat in vak B-15," zei de jonge vrouw van Avis Autoverhuur nadat ik op McCarran International Airport was geland. "B als in bordeel." Haar gezicht was uitdrukkingloos, waardoor ik niet zeker wist of het een belediging was of niet. Maar ik was al de hele dag onderweg vanuit Washington en had twee lange vluchten achter de rug, dus het maakte me allemaal niet zoveel meer uit. Ik was blij dat ik eindelijk op McCarran geland was, ook al is het vliegveld vernoemd naar Pat McCarran, de antisemitische en racistische politicus waar het personage van de corrupte senator in The Godfather II op gebaseerd is.

In 2001 overwoog Nevada om een wetsvoorstel aan te nemen dat bedrijven, door ze te beschermen tegen openbarings- en aansprakelijkheidswetten, zou aanmoedigen zich in de staat te vestigen. "We kunnen net zo goed een banner ophangen waarop staat: Slechteriken en afzetters zijn hier van harte welkom," zei de toenmalige senator Dina Titus tijdens een debat over het wetsvoorstel. Voorstanders stelden dat het broodnodige extra inkomsten kon opleveren voor de staat. Titus, die nu lid is van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, stemde overigens toch vóór het wetsvoorstel, en haar voorspelling kwam uit. Binnen een paar jaar werd Nevada het hoofdkwartier van piramidespelen, oplichters, zwendelaars, en belastingontduikers.

Daarbij hoorden onder meer Donald McGhan, die in 2009 een straf van tien jaar kreeg omdat hij investeerders voor bijna honderd miljoen oplichtte met een vastgoedonderneming die Southwest Exchange heette, en de defensieaannemer Mitchell Wade, die een vennootschap in Nevada gebruikte om smeergeld aan het toenmalige congreslid Randy Cunningham te betalen. (De twee waren gedoemd vanaf het moment dat Cunningham tijdens een lunch op zijn eigen briefpapier een overzicht tekende van alle omkoopsommen die hij van Wade had gekregen, en alle overheidscontracten die hij in ruil daarvoor Wade's kant op had gestuurd.)

Op de website van het staatsbestuur van Nevada staat een lijstje met redenen waarom bedrijven zich zouden moeten vestigen in de staat, waarin de lage zakelijke inkomstenbelasting en de bijna ondoordringbare 'zakelijke sluier' genoemd worden. De regels hebben ervoor gezorgd dat er meer dan driehonderdduizend actieve bedrijven zijn in de staat, één voor elke negen inwoners. Ze leverden alleen al in 2012 meer dan 133 miljoen op. Volgens vicestaatssecretaris Scott Anderson heeft de overheid een aantal stappen gezet om misbruik van de soepele regels in Nevada te voorkomen. Een daarvan is een regel die expliciet verbiedt dat iemand in Nevada een bedrijf begint met als doel het begaan van een misdaad. "Maar goed, als iemand iets illegaals gaat doen, dan zal hij je dat niet van tevoren vertellen," geeft Anderson toe.

In Nevada interviewde ik Cort Christie, het hoofd van Nevada Corporate Headquarters, een van de grootste bedrijven voor het registreren van vennootschappen aldaar. Zijn bedrijf is gevestigd in een groot, steriel kantoorgebouw in een buurt die Spring Valley heet. Christie is een voormalig bestuurslid van de machtige Nevada Registered Agent Association (MF Corporate Services is hier ook lid van) dat zich volgens de website inzet "om de toekomst van de staat als het centrum van bedrijfsregistratie te waarborgen." Daar valt ook te lezen dat als Nevada's "huidige bedrijfs- en belastingvriendelijke instelling verloren gaat, de reputatie van de staat ook verloren gaat. Als het vertrouwen van de mensen geschaad wordt, kan dat niet makkelijk hersteld worden."

Vorig jaar lobbyde de NRAA tegen een wetsvoorstel van de staatssecretaris om de regels met betrekking tot bedrijfsgeheim aan te scherpen. Het voorstel, waarover Christie tegen mij zei dat het "een einde zou maken aan het idee dat mensen hierheen kunnen komen om zich te verschuilen," werd met een grote meerderheid afgewezen.

Op de ochtend van 4 november reed ik over S. Casino Center Boulevard, dwars door het centrum van Las Vegas, voorbij de Golden Nugget en El Cortez (een casino dat oorspronkelijk in het bezit van de maffia was) en een heleboel restaurants die primeribs aanbieden voor 9 dollar en 99 cent. Daarna sloeg ik de Interstate 15 in en reed richting het zuiden naar Henderson, een buitenwijk met gigantische malls en rijen inwisselbare gezinswoningen. MF Corporate Services is gevestigd in het Parc Place Professional Complex, een cluster van identieke bedrijfsbungalows met rode daken. Er stonden maar een paar auto's op de parkeerplaats en er was verder niemand te zien. Het metalen bord van MF Corporate Services, dat tussen een paar stenen en cactussen geplant was, trilde lichtjes in de warme wind. Voor zover ik kon opmaken uit openbare en rechtsdocumenten, komen klanten meestal niet zomaar binnenwandelen bij MF Corporate Services.

Het enige doel van het kantoor lijkt het opzetten van vennootschappen in Nevada voor clienten van Mossack Fonseca, en de afgelegen locatie van het kantoor leek dat te bevestigen. Amunategui runt het bedrijf, maar uit interne bedrijfsdocumenten die ik in rechtsdossiers vond, blijkt dat ze nauw samenwerkt met werknemers van Mossack Fonseca in Panama, zoals Leticia Montoya, die op papier tientallen lege vennootschappen beheert die verbonden zijn met Lázaro Báez. Montoya heeft een nogal veelbewogen carrière gehad. In het verleden heeft ze als geregistreerd tussenpersoon of bestuurslid gefungeerd voor minstens zes anonieme bedrijven die betrokken waren bij grote internationale corruptieschandalen.

Een daarvan was een leeg vennootschap uit Panama dat Nicstate heette, waarvan de voormalige Nicaraguaanse president Arnoldo 'Fat Man' Alemán een van de eigenaren was. Hij gebruikte Nicstate en andere nepbedrijven om bijna honderd miljoen aan staatsgeld in zijn eigen zak te steken. Montoya hielp ook om Mirror Development Inc. op te richten, een bedrijf dat Siemens gebruikte om omkoopsommen te betalen aan Argentijnse overheidsmedewerkers die Siemens hielpen een contract om de nationale identiteitskaarten te maken binnen te slepen – een contract ter waarde van een miljard. Siemens kocht ook ambtenaren en politici om in Bangladesh, Venezuela en Irak, waar Saddam Hussein een van de begunstigden was.

Ik dacht dat ik de grootste kans had om Amunategui te spreken als ik onverwachts langsging, dus had ik niet van tevoren gebeld. Toen ik op de glazen deur van MF Corporate Services klopte, gebaarde een man op een blauwe stoel middenin de lobby dat ik binnen mocht komen. Een witte plastic zak, gevuld met versnipperde documenten, stond naast de deur. Aan de muur hing een ingelijste wereldkaart met daarboven vier klokken die de plaatselijke tijd in Las Vegas, Hongkong, Zwitserland en Panama aangaven. De man op de stoel (die later een slotenmaker bleek te zijn) riep Amunategui, waarna ze uit een achterkamer tevoorschijn kwam. Ze had sproetjes en droeg haar lange bruine haar in een knot. Ze fronste lichtjes en weigerde met me te praten nadat ik vertelde dat ik een journalist ben, en geïnteresseerd in het werk dat MF Corporate Services voor Báez deed. "Laat je naam en nummer maar achter, dan kijk ik of onze advocaat met je kan praten," zei ze. "De advocaat van Mossack Fonseca?" vroeg ik. "Nee, onze advocaat," antwoordde ze. "Dat is iemand anders."

Ik stond besluiteloos onder het felle tl-licht terwijl ik wanhopig naar een manier zocht om het gesprek gaande te houden. Er waren nog zoveel dingen die ik wilde weten, en eindelijk stond ik tegenover iemand die indirect voor Mossack Fonseca werkte. Ik wilde haar vragen naar de mensen die door de Amerikaanse overheid, in rechtbankdocumenten, internationale onderzoeken en mijn eigen research in verband waren gebracht met lege vennootschappen van Mossack Fonseca: Billy Rautenbach, een vermeende bag man voor Robert Mugabe; Joelia Tymosjenko, een voormalig premier van Oekraïne en oligarch die de bijnaam 'de gasprinses' draagt; Beny Steinmetz, een Israëlische miljardair die naar verluidt een vennootschap van Mossack Fonseca gebruikte om smeergeld te betalen aan de vrouw van de moordlustige dictator van Guinea, waar Steinmetz een groot mijncontract probeerde te scoren (wat hem ook lukte).

Ik wilde haar zelfs vragen naar de blije facebookpagina en twitteraccount van Mossack Fonseca, waarop foto's staan van de lachende begunstigden van het liefdadigheidswerk van de firma, en platitudes van mensen als Thomas Edison en Dr. Seuss ("Today you are you! That is truer than true!"). Maar Amunategui zei geen woord meer nadat ze mijn telefoonnummer had opschreven. Ze beloofde dat ze het zou doorgeven aan haar advocaat. Daarna dook ze weer haar kantoortje in waar ze aan een bureau ging zitten waarop een paar mappen en postpakketjes lagen, en de telefoon oppakte. Ik kon haar in de lobby horen praten en hoewel ik niet verstond wat ze zei, klonk ze geërgerd. Ik ging ervan uit dat ze de bedrijfsadvocaat aan de lijn had (waar ik overigens nooit meer wat van heb gehoord). Dat Amunategui niet met me wilde praten was frustrerend, maar niet verrassend. Als je voor Mossack Fonseca werkt, zijn er veel vuile geheimen die je moet bewaren. Weten wanneer je je mond moet houden, is misschien wel het belangrijkste onderdeel van je baan.

Bron:www.vice.com/nl
Illustraties door Ole Tillmann

 

Complete List of people named in the Panama Papers

Heads of state

Argentina Mauricio Macri, President of Argentina
Saudi Arabia Salman, King of Saudi Arabia
United Arab Emirates Khalifa bin Zayed Al Nahyan, President of the United Arab Emirates and Emir of Abu Dhabi
Ukraine Petro Poroshenko, President of Ukraine

Former heads of state

Qatar Hamad bin Khalifa Al Thani, former Emir of Qatar
Sudan Ahmed al-Mirghani, former President of Sudan
Heads of government
Iceland Sigmundur Davíð Gunnlaugsson, Prime Minister of Iceland (resigned April 5, 2016)

Former heads of government

Georgia (country) Bidzina Ivanishvili, former Prime Minister of Georgia
Iraq Ayad Allawi, former Acting Prime Minister of Iraq
Jordan Ali Abu al-Ragheb, former Prime Minister of Jordan
Qatar Hamad bin Jassim bin Jaber Al Thani, former Prime Minister of Qatar
Ukraine Pavlo Lazarenko, former Prime Minister of Ukraine
Moldova Ion Sturza, former Prime Minister of Moldova

Other government officials

Algeria -Abdeslam Bouchouareb, Minister of Industry and Mines
Andorra -Jordi Cinca, Minister of Finance
Angola -José Maria Botelho de Vasconcelos, Minister of Petroleum
Argentina – Néstor Grindetti, Mayor of Lanús
Botswana- Ian Kirby, President of the Botswana Court of Appeal and former Attorney General
Brazil – Joaquim Barbosa, former President of the Supreme Federal Court,Eduardo Cunha, President of the Chamber of Deputies,Edison Lobão, Member of the Senate and former Minister of Mines and Energy,João Lyra, Member of the Chamber of Deputies
Cambodia – Ang Vong Vathana, Minister of Justice
Chile -Alfredo Ovalle Rodríguez, intelligence agency associate
Democratic Republic of the Congo,,Jaynet Kabila, Member of the National Assembly
Republic of the Congo – Bruno Itoua, Minister of Scientific Research and Technical Innovation and former Chairman of the SNPC
Ecuador – Galo Chiriboga, current Attorney General,Pedro Delgado, cousin of President of Ecuador Rafael Correa, and former Governor of the Central Bank
France – Patrick Balkany, Member of the National Assembly and Mayor of Levallois-Perret,Jérôme Cahuzac, former Minister of the Budget,Jean-Marie Le Pen, former president of the National Front and father of current party leader Marine Le Pen
Greece – Stavros Papastavrou, advisor of former Prime Ministers Kostas Karamanlis and Antonis Samaras
Hungary – Zsolt Horváth, former Member of the National Assembly
Iceland -Bjarni Benediktsson, Minister of Finance,Júlíus Vífill Ingvarsson, Member of Reykjavík City Council (resigned April 5, 2016),Ólöf Nordal, Minister of the Interior
India -Anurag Kejriwal, former President of the Lok Satta Party Delhi Branch, Anil Vasudeva Salgaocar, A Goa-based mining baron and former MLA
Kenya -Kalpana Rawal, Deputy Chief Justice of the Supreme Court
Malta -Konrad Mizzi, Minister of Energy and Health
Nigeria -James Ibori, former Governor of Delta State
North Korea -Kim Chol Sam, Daedong Credit Bank representative based in Dalian and presumed high official
Palestine -Mohammad Mustafa, former Minister of National Economy
Panama – Riccardo Francolini, former chairman of the state-owned Savings Bank
Peru -César Almeyda, Director of the National Intelligence Service
Poland -Pawel Piskorski, former Mayor of Warsaw
Rwanda -Emmanuel Ndahiro, brigadier general and former chief of the intelligence agency
Saudi Arabia -Muhammad bin Nayef, Crown Prince and Minister of the Interior of Saudi Arabia
Sweden -Frank Belfrage, former State Secretary for Foreign Affairs
United Kingdom -Michael Ashcroft, retired member of the House of Lords,Tony Baldry, former Conservative MP for Banbury,Michael Mates, former Conservative MP for East Hampshire,Pamela Sharples, Member of the House of Lords
Venezuela -Victor Cruz Weffer, former commander-in-chief of the army,Jesús Villanueva, former Director of PDVSA
Zambia -Atan Shansonga, former Ambassador to the United States

Relatives and associates of government officials

Argentina – Daniel Muñoz, aide to former presidents Cristina Fernández de Kirchner and Néstor Kirchner
Azerbaijan – Mehriban Aliyeva, Leyla Aliyeva, Arzu Aliyeva, Heydar Aliyev and Sevil Aliyeva, family of President Ilham Aliyev
Brazil -Idalécio de Castro Rodrigues de Oliveira, potential briber of the Brazilian President of the Chamber of Deputies Eduardo Cunha and a Portuguese entrepeneur
Canada -Anthony Merchant, husband of Senator Pana Merchant.
China -Patrick Henri Devillers, French business associate of Gu Kailai, convicted murderer and wife of former Minister of Commerce and Member of the Politburo Bo Xilai,Deng Jiagui, brother-in-law of President Xi Jinping,Jasmine Li, granddaughter of former Member of the Politburo Jia Qinglin,Li Xiaolin, daughter of former Premier Li Peng
Ecuador -Javier Molina Bonilla, former advisor to Director of the National Intelligence Secretariat Rommy Vallejo
Egypt -Alaa Mubarak, son of former President Hosni Mubarak
France -Frédéric Chatillon, business associate of Marine Le Pen, leader of the National Front,Arnaud Claude, former law partner of former President Nicolas Sarkozy,Nicolas Crochet, accounting associate of Marine Le Pen, leader of the National Front
Ghana – John Addo Kufuor, son of former President John Kufuor
Guinea- Mamadie Touré, widow of former President Lansana Conté
Honduras -César Rosenthal, son of former Vice President Jaime Rosenthal
Ireland -Frank Flannery, political consultant and Fine Gael’s former Director of Organisations and Strategy
Italy -Giuseppe Donaldo Nicosia, convicted of bribery alongside former Senator Marcello Dell’Utri
India -Jehangir Soli Sorabjee, son of former attorney general Soli Sorabjee and a honorary consultant physician at Bombay Hospital,Harish Salve, India’s leading lawyers and son of N. K. P. Salve, member of the Indian National Congress party,Rajendra Patil, son-in-law of veteran Congressman and Karnataka Horticulture Minister Shamanuru Shivashankarappa and a businessman
Ivory Coast -Jean-Claude N’Da Ametchi, associate of former President Laurent Gbagbo
Kazakhstan -Nurali Aliyev, grandson of President Nursultan Nazarbayev
Malaysia -Mohd Nazifuddin Najib, son of Prime Minister Najib Razak and his cousin
Mexico -Juan Armando Hinojosa, “favourite contractor” of President Enrique Peña Nieto
Morocco -Mounir Majidi, personal secretary of King Mohammed VI
Pakistan -Maryam Nawaz, Hasan Nawaz Sharif and Hussain Nawaz Sharif, children of Prime Minister Nawaz Sharif
Russia -Sergei Roldugin, Arkady Rotenberg and Boris Rotenberg, friends of President Vladimir Putin
Senegal -Mamadou Pouye, friend of Karim Wade, himself the son of former President Abdoulaye Wade
South Africa – Khulubuse Zuma, nephew of President Jacob Zuma
South Korea -Ro Jae-Hun, son of former President Roh Tae-woo
Spain -Pilar de Borbón, sister of former King Juan Carlos I,Micaela Domecq Solís-Beaumont, wife of Miguel Arias Cañete, European Commissioner for Climate Action and Energy and former Spanish Minister of Agriculture, Food and Environment,Oleguer Pujol, son of Jordi Pujol i Soley, former President of Catalonia
Syria- Rami and Hafez Makhlouf, cousins of President Bashar al-Assad
United Kingdom -Ian Cameron, father of Prime Minister David Cameron
United Nations -Kojo Annan, son of former Secretary-General Kofi Annan

Sports personalities

Juan Pedro Damiani, Uruguayan member of the FIFA Ethics Committee
Eugenio Figueredo, Uruguayan American former president of CONMEBOL and vice president and member of the ethics committee of FIFA
Gianni Infantino, Swiss-Italian president of FIFA
Hugo and Mariano Jinkis, Argentine businessmen also implicated in the 2015 FIFA corruption case
Michel Platini, French former president of UEFA
Jérôme Valcke, French former secretary general of FIFA
Mattias Asper, Valeri Karpin, Nihat Kahveci, Tayfun Korkut, Darko Kovacevic, Gabriel Schürrer and Sander Westerveld had accounts created by Real Sociedad and its president(s) principally Iñaki Otegui, under the leadership of José Luis Astiazarán, Miguel Fuentes, María de la Peña, Juan Larzábal and Iñaki Badiola
Gabriel Heinze, Argentine former footballer, account (with his mother) during Manchester United years
Lionel Messi, footballer for Barcelona and the Argentine national team
Brian Steen Nielsen, Danish former footballer and sports director of Aarhus Gymnastikforening
Marc Rieper, Danish retired footballer
Clarence Seedorf, Dutch former footballer
Leonardo Ulloa, Argentine footballer
Iván Zamorano, Chilean retired footballer, account during Real Madrid years
Àlex Crivillé, Spanish former Grand Prix motorcycle road racer
Nico Rosberg, German Formula 1 driver at Mercedes AMG Petronas
Jarno Trulli, Italian former Formula 1 driver
Tomas Berdych, Czech professional tennis player on the ATP World Tour, currently ranked world number seven
Nick Faldo, English professional golfer on the PGA European Tour, now mainly an on-air golf analyst

Entertainment personalities

Agustín Almodóvar, Spanish film producer and younger brother of filmmaker Pedro Almodóvar
Pedro Almodóvar, Spanish film director, screenwriter, producer and former actor
Amitabh Bachchan, Indian actor
Aishwarya Rai Bachchan, Indian actress and former Miss World.
Jackie Chan, Hong Kong actor
Franco Dragone, Italian Belgian theatre director, known for his work for Cirque du Soleil
David Geffen, Hollywood mogul, co-founder of DreamWorks
Vinod Adani, Indian businessman, elder brother of Gautam Adani, Adani Group
Bank Leumi’s representatives and board members.
Hollman Carranza, son of Colombian emerald mogul Víctor Carranza
Rattan Chadha, Indian-born Dutch businessman, founder of Mexx clothing
Jacob Engel, Israeli businessman active in the African mining industry.
Luca Cordero di Montezemolo, Italian businessman and politician
Anthony Gumbiner, British businessman, chairman of Hallman Group
Solomon Humes, Bahamian bishop of a small denomination
Soulieman Marouf, British Syrian businessman Nakash family members
Idan Ofer, London-based Israeli business magnate and philanthropist, founder of Tanker Pacific.
Igor Olenicoff, American billionaire
Marianna Olszewski, American financial author and life coach.
K P Singh, Indian businessman
Frank Timi?, Romanian-born Australian businessman
Dov Weissglass, Israeli lawyer and business man who has been closely linked with the Middle East peace process, particularly under Prime Minister Ariel Sharon.
Teddy Sagi, a London-based Israeli billionaire businessman founder of Playtech and the majority shareholder of Market Tech Holdings, which owns London’s Camden Market, and of two AIM-listed technology companies.
Jacob Weinroth, an Israeli attorney, founder partner of Dr. J. Weinroth & Co. Law Office and owner and director of Sapir Holdings.
Benjamin Wey, Chinese American financier and president of New York Global Group Main shareholders of Anheuser-Busch InBev
Mallika Srinivasan,Chairman and Chief Executive Officer of TAFE – Tractors and Farm Equipment Limited and Indira Sivasailam (died in December 2008)
Abdul Rashid Mir, founder and CEO of Cottage Industries Exposition Limited (CIE) & Tabasum Mir
Zavaray Poonawalla, Brother of billionaire Cyrus S. Poonawalla and heads the managing committee of Royal Western India Turf Club (RWITC)
Mohan Lal Lohia, Father of Sri Prakash Lohia, founder and chairman of Indorama Corporation
Onkar Kanwar, Chairman & MD of Apollo Tyres
Garware family, family of Abasaheb Garware, was a pioneering industrialist from Maharashtra state in India
Shishir K Bajoria, promoter of SK Bajoria Group, which has steel refractory units
Mario Vargas Llosa, Peruvian writer, winner of the Nobel Prize in Literature

Others

Marllory Chacón Rossell, Guatemalan drug trafficker.
Jorge Milton Cifuentes-Villa, Colombian drug trafficker, head of the Cifuentes-Villa Drug Trafficking Organization and partner of Joaquín “Chapo” Guzmán.
Rafael Caro Quintero, Mexican drug trafficker and one of the founders of the now-disintegrated Guadalajara Cartel.
Iqbal Mirchi[73] (died 14 August 2013), right-hand man of India’s most wanted criminal, Dawood Ibrahim
Gonzalo Delaveu, head of global corruption watchdog Transparency International’s Chile branch (resigned 4 April 2016)

 

A storm is coming


By Frederik Obermaier and Bastian Obermayer

PanamaPapers5

Click for video

The interrogation room in which Iceland’s recent history was rewritten is sparse, furnished only with a table, some chairs, and a computer. A camera is fixed to the wall, and the frosted, double-glazed windows have completely blocked out the sound of the gale-force winds in Reykjavik’s Faxafloi Bay.

It was in this room that some of Iceland’s most powerful bankers, executives, and investors had to answer to special investigator Olaf Hauksson. A tall man with a heavy build, Haukkson has spent the past six years investigating the transactions that brought Iceland’s economy to its knees in October 2008.

At the time, the country’s three biggest banks folded within just three days, in part because their senior executives had illegally doctored the stock listings of their own banks. “Market manipulation”, as Hauksson curtly calls it.

When asked what happened to the three bank bosses in the end, Hauksson grins. “They all went to jail,” he says, pointing to the empty chairs. “They sat right there.”

Olafur Hauksson has only just begun to wrap up proceedings for the biggest scandal in Iceland’s history. And it’s entirely possible that the publication of the Panama Papers will trigger the next one.

Another storm

The names of several Icelandic public officials show up in the internal documents of Mossack Fonseca (Mossfon), the Panamanian offshore provider. Among them are Prime Minister Sigmundur David Gunnlaugsson, Finance Minister Bjarni Benediktsson, and the Minister of the Interior, Ólöf Nordal. The data reveals that all three politicians have links to anonymous offshore companies, which they have neglected to disclose. The Panama Papers also include the names of Hrólfur
Ölvisson, the chairman of the prime minister’s Progressive Party, several of Iceland’s wealthiest men, a number of former top bankers, and at least one high-level government advisor. The number of suspects is shockingly high for a country of just 330,000 inhabitants.

Iceland is in for another storm, it seems.

People flying into Reykjavík in early 2016 land in a country still healing from the last crisis. The fault lines of the financial earthquake that hit the country in the fall of 2008 ran deep. For several months, Iceland found itself at the center of the global financial crisis. At the time, three of Iceland’s largest banks – Landsbanki, Kaupthing, and Glitnir – collapsed almost simultaneously under the weight of their foreign debts.

PanamaPapers6

The bank failure quickly triggered a chain reaction. Iceland’s stock market plunged by 90 percent, the Icelandic Krone lost half its value, and the country’s GNP saw a ten percent decrease. As its economy fell apart, Iceland’s reputation was also hit hard, both at home and abroad. Thousands of protesters descended on parliament and threw stones, eggs, and snowballs.

The world looked on in bewilderment at the sudden downfall of the former Scandinavian role model, long the darling of anti-corruption organizations like Transparency International. The bankers once celebrated as bold “financial vikings” in Iceland and elsewhere were to blame. They had given each other unsecured loans worth hundreds of millions in an attempt to manipulate the stock prices of their banks. To cover up the true purpose of these transactions, on paper the loans mostly went to offshore companies. As the Panama Papers now show, Mossack Fonseca set up many of them. Without these shell companies, the fraudulent dealings that inflated the bubble could probably have been immediately exposed.

In the seven years since the crisis, special prosecutor Olafur Hauksson has become a celebrity in Iceland. By 2016, 27 executives had been sentenced to prison, and Icelanders celebrated each conviction with fervor. Even former Prime Minister Geir Haarde didn’t get off scot-free: Iceland’s parliament voted to charge him with gross negligence. However, the result of ended up being more like a token gesture. It was ascertained only that Haarde had failed to sufficiently inform his cabinet of important developments during the crisis.

This backstory is important when considering the offshore companies of current Icelandic politicians. Iceland’s population is still angry about the crisis and its aftermath. For this reason, Prime Minister Sigmundur Gunnlaugsson has a lot of explaining to do.

But for reasons that remain unclear, the registration was backdated to October 7.

At the time, Gunnlaugsson was working as a journalist and radio host, and Pálsdóttir was (and still is) an anthropologist. Both of them come from very wealthy families.

Mossfon
documents reveal that the Luxemburg branch of Landsbanki acted as an
intermediary. One of the bank’s employees put in the order for Wintris Inc. with
the Mossfon office in Luxemburg and requested full power of attorney for
Gunnlaugsson and Pálsdóttir. In an email, the banker wrote:
Sender: Landsbanki Luxemburg; Recipient: Mossfon Luxemburg

Dear J.,

Please issue a POA to:

- Anna Sigurlaug Palsdottir

- Sigmundur David Gunnlaugsson

I will send you the addresses later today

They will own the company 50%-50%

SH cert nr. 1 with 1000 shares SH cert nr. 2 with 1000 shares

Thank you. Kind regards

Wintris
was then issued two shares. One for Anna Sigurlaug Palsdottir.

In March 2008, Wintris Inc. opened an account at Crédit Suisse in London. As the data shows, the company’s affairs were based in four tax havens, with the offshore company in the British Virgin Islands, the law firm in Panama, an intermediary in Luxemburg, and the account at a Swiss bank. These are the key points revealed in the Panama Papers.

PanamaPapers7

However, in this case, the pivotal information is buried in a different leak: in March 2010, Wikileaks published a previously confidential list that comprised almost 30,000 claims made against the insolvent Kaupthing-Bank. In part, the list was made public to expose greedy speculators. One of the creditors on the list: Wintris Inc. The offshore company was also listed as a creditor of Landsbanki on a list published in 2009. According to an insider, Wintris also held bonds at Glitnir, the third insolvent bank. The total current value of these bonds amounts to about EUR 3.6 million.

In response to a request for comment, Gunnlaugsson confirmed that Wintris owned bonds. He and his partner thus may have had personal financial interests at all three of the banks. While this would have been insignificant in 2007, Gunnlaugsson went into politics shortly after. In 2009, he was appointed chairman of the Progressive Party and elected to parliament in April of the same year. At the time, a new transparency regulation for Iceland’s members of parliament entered into force. As a parliamentary spokesperson confirmed to SZ, it obliged MPs to disclose any company shareholdings exceeding 25 percent.

Sigmundur Gunnlaugsson never reported his involvement with Wintris Inc., even though he ostensibly held 50 percent of its shares at the time. Was this a breach of the Icelandic parliament’s regulation? Gunnlaugsson denied any wrongdoing in his response to SZ’s request for comment. He argued that companies that don’t really do any business are not subject to the regulation.

Credit: Panama Papers
PanamaPapers8

An affair involving an offshore company would be unpleasant for any head of government. But in Gunnlaugsson’s case it is a severe blow to his political integrity.

His rise to power began as part of “InDefence”, short for “In Defence of Iceland”, a grassroots political movement that was born after the three Icelandic banks collapsed. One of its slogans was “Icelanders are NOT terrorists,” which was a response to the British government’s controversial reaction to the Icelandic banking crisis. After the insolvent Landsbanki was nationalized in the fall of 2008, Great Britain demanded that Iceland guarantee the savings deposits of British nationals. When the Icelandic central bank refused to comply, the British government tried to get the money back by freezing Icelandic assets on the spot. To do this, Great Britain used counter-terrorism laws. In the blink of an eye, Scandinavia’s fallen star suddenly found itself in the same category as Al-Qaida.

Elected in 2009, Iceland’s center-left government attempted a compromise that would have included providing guarantees for British savings accounts. This enraged InDefence, and the movement’s supporters successfully rejected the government’s plans in three consecutive referendums on the matter. At the time, Gunnlaugsson seemed like a strong representative of the Icelandic people’s interests.

A conflict of interest

Insiders have said that Gunnlaugsson didn’t mention to his fellow InDefence campaigners that his family held bonds worth millions at the three bankrupt banks. The prime minister insists that the InDefence policy he helped fight for at the time even reduced the value of Wintris assets because he argued in favor of prioritizing savings over bonds.

Gunnlaugsson yet again failed to disclose his personal business interests when he was elected prime minister in 2013, even though he would inevitably be involved in making decisions that also affected the interests of creditors.

Just last year, Gunnlaugsson’s government agreed to a controversial deal. Until then, creditors who pulled their money out of Iceland were charged a 39 percent “stability tax”. Gunnlaugsson agreed to replace this with a “stability contribution” from the remaining assets of the nationalized banks. According to experts, this move will reduce the amount of money going to the state by more than two billion euros. Instead, these two billion will go to creditors, among them Wintris Inc., the company now owned exclusively by Gunnlaugsson’s wife. To some extent, Gunnlaugsson was on both sides of the negotiating table – a clear conflict of interest.

In
March 2016, an Icelandic and a Swedish TV journalist, who cooperated
with SZ in researching this article, confronted the prime minister about the shell
company in an interview:

A few days later, his wife posted a statement on Facebook claiming that she was sole owner of Wintris, and that she had filed taxes for the company from the very beginning. She also maintained that the bank had mistakenly named Gunnlaugsson as a shareholder. While planning their 2010 wedding at the end of 2009, they had noticed and corrected the error.

To clarify the matter, SZ
contacted the Landsbanki employee who had forwarded both names to Mossack
Fonseca in 2007. He said it was “highly unlikely” that the bank had inadvertently
entered a wrong name for the company owner and power of attorney holder.

The Gunnlaugson case has become a political issue

Gunnlaugsson responded to a request for comment by explaining that he already had a joint account with his future wife at the time, and this was why share certificates had been issued to both of them. However, according to Gunnlaugsson, it was clear that the company belonged to his wife. Icelandic banks frequently offered their customers such offshore constructs at the time. Since his wife paid taxes on the couple’s assets, he argued that Wintris could not be considered to be “located in a tax haven” and could thus not be “seen as an offshore company”.

When Icelandic media picked up on Anna Sigurlaug Pálsdóttir’s Facebook post, the “Gunnlaugsson Affair” became a political issue even before the Panama Papers exposed its true scale. The opposition has called for the prime minister’s resignation and new elections. One newspaper has argued that the affair is one of the “biggest breaches of confidence” in Iceland’s parliamentary history.

Gunnlaugsson was absent at the last parliamentary session before the Easter break. Bjarni Benediktsson, Iceland’s finance minister and chairman of Gunnlaugsson’s coalition partner, declared to the MPs that he knew nothing about the prime minister’s company.

What
Benediktsson, whose family is one of Iceland’s wealthiest, did not mention: the
SZ had also sent him a request for comment about his own offshore company.


According
to documents that Benediktsson provided SZ, the company was still active as
recently as 2009, and was established in order to purchase real estate in
Dubai. Benediktsson was already a member of parliament in 2009, and was thus
required by the rules of Parliament to disclose his shareholding.

In a 2015 television interview, Benediktsson stated: “I have never held assets in a tax haven or anything like that”. Upon request, Benediktsson has now claimed he “wasn’t aware” that the company was registered in the Seychelles, but that the company had been registered for tax purposes.

The Panama Papers also reveal that Iceland’s minister of the interior Ólöf Nordal and her husband had power of attorney for Dooley Securities S.A., an offshore company located in Panama. She explained that the company was founded for her husband but was never used, and this was why she never disclosed the company’s existence.

Hrólfur Ölvisson, the managing director of Gunnlaugsson’s Progressive Party, says the offshore companies the Panama Papers link him to have long been inactive, and that everything is legal.

The agenda has been set
The story of the Icelandic affair has one more twist: in the summer of 2015, Iceland’s tax authorities acquired internal Mossfon data from a whistleblower. The documents included information on about 250 companies, including Wintris Inc., Falson & Co, and Dooley Securities S.A. At the time, the offer to purchase this data was the subject of public debate in Iceland. Finance Minister Benediktsson argued that “giving an anonymous person a suitcase full of money” was “completely unthinkable”. In turn, Prime Minister Gunnlaugsson stated that it was “unclear” whether the offshore data was “realistic and useful”.

Benediktsson and Gunnlaugsson now declare that they have always been in favor of purchasing the data.

The Icelandic parliament’s Easter break will end this Monday. The agenda for the first parliamentary session has likely already been set.

http://panamapapers.sueddeutsche.de/articles/56fec0cda1bb8d3c3495adfc/

 


Giant Leak of Offshore Financial Records Exposes Global Array of Crime and Corruption

Millions of documents show heads of state, criminals and celebrities using secret hideaways in tax havens

In this story

Files reveal the offshore holdings 140 politicians and public officials from around the world
Current and former world leaders in the data include prime ministers of Iceland and Pakistan, the president of Ukraine, and the king of Saudi Arabia
More than 214,000 offshore entities appear in the leak, connected to people in more than 200 countries and territories
Major banks have driven the creation of hard-to-trace companies in offshore havens

A massive leak of documents exposes the offshore holdings of 12 current and former world leaders and reveals how associates of Russian President Vladimir Putin secretly shuffled as much as $2 billion through banks and shadow companies.

The leak also provides details of the hidden financial dealings of 128 more politicians and public officials around the world.

The cache of 11.5 million records shows how a global industry of law firms and big banks sells financial secrecy to politicians, fraudsters and drug traffickers as well as billionaires, celebrities and sports stars.

These are among the findings of a yearlong investigation by the International Consortium of Investigative Journalists, German newspaper Süddeutsche Zeitung and more than 100 other news organizations.

The files expose offshore companies controlled by the prime ministers of Iceland and Pakistan, the king of Saudi Arabia and the children of the president of Azerbaijan.

They also include at least 33 people and companies blacklisted by the U.S. government because of evidence that they’d been involved in wrongdoing, such as doing business with Mexican drug lords, terrorist organizations like Hezbollah or rogue nations like North Korea and Iran.

One of those companies supplied fuel for the aircraft that the Syrian government used to bomb and kill thousands of its own citizens, U.S. authorities have charged.

“These findings show how deeply ingrained harmful practices and criminality are in the offshore world,” said Gabriel Zucman, an economist at the University of California, Berkeley and author of “The Hidden Wealth of Nations: The Scourge of Tax Havens.” Zucman, who was briefed on the media partners’ investigation, said the release of the leaked documents should prompt governments to seek “concrete sanctions” against jurisdictions and institutions that peddle offshore secrecy.

World leaders who have embraced anti-corruption platforms feature in the leaked documents. The files reveal offshore companies linked to the family of China’s top leader, Xi Jinping, who has vowed to fight “armies of corruption,” as well as Ukrainian President Petro Poroshenko, who has positioned himself as a reformer in a country shaken by corruption scandals. The files also contain new details of offshore dealings by the late father of British Prime Minister David Cameron, a leader in the push for tax-haven reform.

The leaked data covers nearly 40 years, from 1977 through the end of 2015. It allows a never-before-seen view inside the offshore world — providing a day-to-day, decade-by-decade look at how dark money flows through the global financial system, breeding crime and stripping national treasuries of tax revenues.

Most of the services the offshore industry provides are legal if used by the law abiding. But the documents show that banks, law firms and other offshore players have often failed to follow legal requirements that they make sure their clients are not involved in criminal enterprises, tax dodging or political corruption. In some instances, the files show, offshore middlemen have protected themselves and their clients by concealing suspect transactions or manipulating official records.

The documents make it clear that major banks are big drivers behind the creation of hard-to-trace companies in the British Virgin Islands, Panama and other offshore havens. The files list nearly 15,600 paper companies that banks set up for clients who want keep their finances under wraps, including thousands created by international giants UBS and HSBC.

The records reveal a pattern of covert maneuvers by banks, companies and people tied to Russian leader Putin. The records show offshore companies linked to this network moving money in transactions as large as $200 million at a time. Putin associates disguised payments, backdated documents and gained hidden influence within the country’s media and automotive industries, the leaked files show.

A Kremlin spokesman did not answer questions for this story, but instead went public March 28 with charges that ICIJ and its media partners were preparing a misleading “information attack” on Putin and people close to him.

The leaked records — which were reviewed by a team of more than 370 journalists from 76 countries — come from a little-known but powerful law firm based in Panama, Mossack Fonseca, that has branches in Hong Kong, Miami, Zurich and more than 35 other places around the globe.

The firm is one of the world’s top creators of shell companies, corporate structures that can be used to hide ownership of assets. The law firm’s leaked internal files contain information on 214,488 offshore entities connected to people in more than 200 countries and territories. ICIJ will release the full list of companies and people linked to them in early May.

The data includes emails, financial spreadsheets, passports and corporate records revealing the secret owners of bank accounts and companies in 21 offshore jurisdictions, from Nevada to Singapore to the British Virgin Islands.

Mossack

Mossack Fonseca’s fingers are in Africa’s diamond trade, the international art market and other businesses that thrive on secrecy. The firm has serviced enough Middle East royalty to fill a palace. It’s helped two kings, Mohammed VI of Morocco and King Salman of Saudi Arabia, take to the sea on luxury yachts.

In Iceland, the leaked files show how Prime Minister Sigmundur David Gunnlaugsson and his wife secretly owned an offshore firm that held millions of dollars in Icelandic bank bonds during that country’s financial crisis.

The files include a convicted money launderer who claimed he’d arranged a $50,000 illegal campaign contribution used to pay the Watergate burglars, 29 billionaires featured in Forbes Magazine’s list of the world’s 500 richest people and movie star Jackie Chan, who has at least six companies managed through the law firm.

As with many of Mossack Fonseca’s clients, there is no evidence that Chan used his companies for improper purposes. Having an offshore company isn’t illegal. For some international business transactions, it’s a logical choice.

The Mossack Fonseca documents indicate, however, that the firm’s customers have included Ponzi schemers, drug kingpins, tax evaders and at least one jailed sex offender. A U.S. businessman convicted of traveling to Russia to have sex with underage orphans signed papers for an offshore company while he was serving his prison sentence in New Jersey, the records show.

The files contain new details about major scandals ranging from England’s most infamous gold heist to the bribery allegations convulsing FIFA, the body that rules international soccer.

The leaked documents reveal that the law firm of Juan Pedro Damiani, a member of FIFA’s ethics committee, had business relationships with three men who have been indicted in the FIFA scandal — former FIFA vice president Eugenio Figueredo and Hugo and Mariano Jinkis, the father-son team accused of paying bribes to win broadcast rights to Latin American soccer events. The records show that Damiani’s law firm in Uruguay represented an offshore company linked to the Jinkises and seven companies linked to Figueredo.

In response to the reporting by ICIJ and its media partners, FIFA’s ethics panel has launched a preliminary investigation into Damiani’s relationship to Figueredo. A spokesman for the committee said Damiani first informed the panel about his business ties to Figueredo on March 18. That was one day after the reporting team sent questions to Damiani about his law firm’s work for companies tied to the former FIFA vice president.


The world’s best soccer player, Lionel Messi, is also found in the documents. The records show Messi and his father were owners of a Panama company: Mega Star Enterprises Inc. This adds a new name to the list of shell companies known to be linked to Messi. His offshore dealings are currently the target of a tax evasion case in Spain.

Whether they’re famous or unknown, Mossack Fonseca works aggressively to protect its clients’ secrets. In Nevada, the records show, the law firm tried to shield itself and its clients from the fallout from a legal action in U.S. District Court by removing paper records from its Las Vegas branch and having its tech gurus wipe electronic records from phones and computers.

The leaked files show the firm regularly offered to backdate documents to help its clients gain advantage in their financial affairs. It was so common that in 2007 an email exchange shows firm employees talking about establishing a price structure — clients would pay $8.75 for each month farther back in time that a corporate document would be backdated.

In a written response to questions from ICIJ and its media partners, the firm said it “does not foster or promote illegal acts. Your allegations that we provide shareholders with structures supposedly designed to hide the identity of the real owners are completely unsupported and false.”

The firm added that the backdating of documents “is a well-founded and accepted practice” that is “common in our industry and its aim is not to cover up or hide unlawful acts.”

The firm said it couldn’t answer questions about specific customers because of its obligation to maintain client confidentiality.

The law firm’s co-founder, Ramón Fonseca, said in a recent interview on Panamanian television that the firm has no responsibility for what clients do with the offshore companies that the firm sells. He compared the firm to a “car factory” whose liability ends once the car is produced. Blaming Mossack Fonseca for what people do with their companies would be like blaming a carmaker “if the car was used in a robbery,” he said.
Under scrutiny

Until recently, Mossack Fonseca has largely operated in the shadows. But it has come under growing scrutiny as governments have obtained partial leaks of the firm’s files and authorities in Germany and Brazil began probing its practices.

In February 2015, Süddeutsche Zeitung reported that German law-enforcement agencies had launched a series of raids targeting one of the country’s biggest banks, Commerzbank, in a tax-fraud investigation that authorities said could lead to criminal charges against Mossack Fonseca employees.

In Brazil, the law firm has become a target in a bribery and money laundering investigation dubbed “Operation Car Wash” (“Lava Jato,” in Portuguese), which has led to criminal charges against leading politicians and an investigation of popular former president Luiz Inacio Lula da Silva. The scandal threatens to unseat current President Dilma Rousseff.

In January, Brazilian prosecutors labeled Mossack Fonseca as a “big money launderer” and announced they had filed criminal charges against five employees of the firm’s Brazilian office for their role in the scandal.

Mossack Fonseca denies any wrongdoing in Brazil.

The disclosures found inside the law firm’s leaked files dramatically expand on previous leaks of offshore records that ICIJ and its reporting partners have revealed in the past four years.

In the largest media collaboration ever undertaken, journalists working in more than 25 languages dug into Mossack Fonseca’s inner workings and traced the secret dealings of the law firm’s customers around the world. They shared information and hunted down leads generated by the leaked files using corporate filings, property records, financial disclosures, court documents and interviews with money laundering experts and law-enforcement officials.

Reporters at Süddeutsche Zeitung obtained millions of records from a confidential source and shared them with ICIJ and other media partners. The news outlets involved in the collaboration did not pay for the documents.

Before Süddeutsche Zeitung obtained the leak, German tax authorities bought a smaller set of Mossack Fonseca documents from a whistleblower, a move that triggered the raids in Germany in early 2015. This smaller set of files has since been offered to tax authorities in the United Kingdom, the United States and other countries, according to sources with knowledge of the matter.

The larger set of files obtained by the news organizations offers more than a snapshot of one law firm’s business methods or a catalog of its more unsavory customers. It allows a far-reaching view into an industry that has worked to keep its practices hidden — and offers clues as to why efforts to reform the system have faltered.

The story of Mossack Fonseca is, in many ways, the story of the offshore system itself.
Crime of the century

Before dawn on Nov. 26, 1983, six robbers slipped into the Brink’s-Mat warehouse at London’s Heathrow Airport. The thugs tied up the security guards, doused them in gasoline, lit a match and threatened to set them afire unless they opened the warehouse’s vault. Inside, the thieves found nearly 7,000 gold bars, diamonds and cash.

“Thanks ever so much for your help. Have a nice Christmas,” one of the crooks said as they departed.

British media dubbed the heist the “Crime of the Century.” Much of the loot — including the cash reaped by melting the gold and selling it — was never recovered. Where the missing money went is a mystery that continues to fascinate students of England’s underworld.

Now documents within Mossack Fonseca’s files reveal that the law firm and its co-founder, Jürgen Mossack, may have helped the conspirators keep the spoils out of the hands of authorities by protecting a company tied to Gordon Parry, a London wheeler-dealer who laundered money for the Brink’s-Mat plotters.

Sixteen months after the robbery, the records show, Mossack Fonseca set up a Panama shell company called Feberion Inc. Jürgen Mossack was one the company’s three “nominee” directors, a term used in the business for stand-ins who control a company on paper but exercise no real authority over its activities.

An internal memo written by Mossack shows he was aware in 1986 that the company was “apparently involved in the management of money from the famous theft from Brink’s-Mat in London. The company itself has not been used illegally, but it could be that the company invested money through bank accounts and properties that was illegitimately sourced.”

Mossack Fonseca records from 1987 make it clear that Parry was behind Feberion. Rather than help authorities gain access to Feberion’s assets, the law firm took steps that prevented U.K. police from gaining control of the company, the records show.

After police obtained the two certificates that controlled the company’s ownership, Mossack Fonseca arranged for Feberion to issue 98 new shares, a move that appears to have effectively wrested control away from investigators, the leaked records show.

It was not until 1995 — three years after Parry was sent to prison for his role in the gold caper — that Mossack Fonseca ended its business relationship with Feberion.

A spokesman for the law firm said any allegations the firm helped shield the proceeds of the Brink’s-Mat robbery “are entirely false.” The spokesman said Jürgen Mossack “never had any dealings” with Parry and was never contacted by police about the case.

Mossack Fonseca’s defense of the dodgy company illustrates how far many offshore operatives will go to serve their customers’ interests.

The offshore system relies on a sprawling global industry of bankers, lawyers, accountants and these go-betweens who work together to protect their clients’ secrets. These secrecy experts use anonymous companies, trusts and other paper entities to create complex structures that can be used to disguise the origins of dirty money.

“They are the gasoline that runs the engine,” says Robert Mazur, a former U.S. drug agent and author of The Infiltrator: My Secret Life Inside the Dirty Banks Behind Pablo Escobar’s Medellín Cartel. “They’re an extraordinarily important piece of the formula of success for criminal organizations.”

Mossack Fonseca told ICIJ that it follows “both the letter and spirit of the law. Because we do, we have not once in nearly 40 years of operation been charged with criminal wrongdoing.”

The men who founded the firm decades ago — and continue today as its main partners — are well-known figures in Panamanian society and politics.

Jürgen Mossack is a German immigrant whose father sought a new life in Panama for his family after serving in Hitler’s Waffen-SS during World War II. Ramón Fonseca is an award-winning novelist who has worked in recent years as an adviser to Panama’s president. He took a leave of absence as presidential adviser in March after his firm was implicated in the Brazil scandal and ICIJ and its partners began to ask questions about the law firm’s practices.

From its base in Panama, one of the world’s top financial secrecy zones, Mossack Fonseca seeds anonymous companies in Panama, the British Virgin Islands and other financial havens.

The law firm has worked closely with big banks and big law firms in places like The Netherlands, Mexico, the United States and Switzerland, helping clients move money or slash their tax bills, the secret records show.

An ICIJ analysis of the leaked files found that more than 500 banks, their subsidiaries and branches have worked with Mossack Fonseca since the 1970s to help clients manage offshore companies. UBS set up more than 1,100 offshore companies through Mossack Fonseca. HSBC and its affiliates created more than 2,300.

In all, the files indicate Mossack Fonseca worked with more than 14,000 banks, law firms, company incorporators and other middlemen to set up companies, foundations and trusts for customers, the records show.

Mossack Fonseca says these middlemen are its true clients, not the eventual customers who use offshore companies. The firm says these middlemen provide additional layers of oversight for reviewing new customers. As for its own procedures, Mossack Fonseca says they often exceed “the existing rules and standards to which we and others are bound.”

In its efforts to protect Feberion Inc., the shell company linked to the Brink’s-Mat gold heist, Mossack Fonseca used the services of a Panama-based firm, Chartered Management Company, run by Gilbert R.J. Straub, an American expatriate who played a cameo role in the Watergate scandal.

In 1987, as U.K. police were investigating the shell company, Jürgen Mossack and Feberion’s other paper directors resigned, with the understanding they’d be replaced by new directors appointed by Straub’s Chartered Management, the secret files show.

Straub was eventually caught in a U.S. Drug Enforcement Administration sting that was unrelated to the Brink’s-Mat case, according to Mazur, the former undercover agent. During one of his deep-cover stints, Mazur built the case that led Straub to plead guilty to money laundering in 1995. Believing Mazur was a well-connected money launderer, Straub tried to establish his own criminal bona fides, Mazur says, by describing how he’d illegally channeled cash to President Nixon’s 1972 re-election campaign.
Secrets and victims

Nick Kgopa’s father died when Nick was 14. His father’s workmates at a gold mine in northern South Africa said Nick’s dad had been killed by chemical exposure.

Nick and his mother and his younger brother, who is deaf, survived thanks to monthly checks from a fund for widows and orphans of mineworkers.

One day the payments stopped.

His family was one of many that lost out because of a $60 million investment fraud pulled off by South African businessmen. Prosecutors alleged that a group of individuals connected to an asset management company, Fidentia, had schemed to loot millions from investment funds — including the mineworkers’ death benefits pool that was supporting some 46,000 widows and orphans.

Mossack Fonseca’s leaked documents show that at least two of the men involved in the fraud used the Panama-based law firm to create offshore companies — and that Mossack Fonseca was willing to help one of the fraudsters protect his money even after authorities publicly linked him to the scandal.

Ponzi schemers and other fraudsters who bilk large numbers of victims often use offshore structures to pull of their schemes or hide the proceeds. The Fidentia case isn’t the only big-ticket fraud that appears in the files of Mossack Fonseca’s clients.

In Indonesia, for example, small investors claim a company incorporated by Mossack Fonseca in the British Virgin Islands was used to scam 3,500 people out of at least $150 million.

“We really need that money for our son’s education fee this April,” one Indonesian investor emailed Mossack Fonseca in April 2007 after payouts had stopped.

“You can give us any suggestion something we can do,” the investor asked in broken English after seeing Mossack Fonseca’s name on the investment fund’s advertising leaflet.

In the Fidentia case, Mossack Fonseca’s records show that one of the men later jailed in South Africa for his role in the fraud, Graham Maddock, paid Mossack Fonseca $59,000 in 2005 and 2006 to create two sets of offshore companies, including one called Fidentia North America. The law firm’s records say it gave him “the VIP service.”

Mossack Fonseca also created offshore structures for Steven Goodwin, a man that prosecutors later claimed had played an “instrumental role” within the Fidentia swindle. As the scandal broke in 2007, Goodwin flew to Australia, then to the U.S., where a Mossack Fonseca lawyer met with him at a luxury hotel in Manhattan to discuss his offshore holdings, the firm’s internal records show.

The firm official later wrote that he and Goodwin “spoke deeply” about the Fidentia scandal and that he had “convinced Goodwin to better protect” his offshore company’s assets by passing them to a third party.

In his memo, the firm official told colleagues that Goodwin wasn’t involved in the scandal “in any way whatsoever” — he was just “a victim of the circumstances.”

In April 2008, the FBI arrested Goodwin in Los Angeles and sent him back to South Africa, where he pleaded guilty to fraud and money laundering. He was sentenced to 10 years in prison.

A month after Goodwin’s sentencing, an employee at Mossack Fonseca suggested a plan for frustrating South African prosecutors who were expected to start digging into assets linked to Goodwin’s offshore company, Hamlyn Property LLP, which had been set up to buy real estate in South Africa.

The employee proposed having an accountant “prepare” audits for 2006 and 2007 “to try to prevent the prosecutor from taking actions against the entities behind Hamlyn.” He set off “prepare” in quote marks in his email.

It’s unclear whether the proposal was adopted.

Mossack Fonseca did not answer questions from ICIJ about its relationship with Goodwin. A representative for Goodwin told ICIJ that Goodwin “had nothing whatsoever” to do Fidentia’s collapse “or anything directly or indirectly to do with the 46,000 widows and orphans.”
Politically exposed

On Feb. 10, 2011, an anonymous company in the British Virgin Islands named Sandalwood Continental Ltd. loaned $200 million to an equally shadowy firm based in Cyprus called Horwich Trading Ltd.

The following day, Sandalwood assigned the rights to collect payments on the loan — including interest — to Ove Financial Corp., a mysterious company in the British Virgin Islands.

For those rights, Ove paid $1.

But the money trail didn’t end there.

The same day, Ove reassigned its rights to collect on the loan to a Panama company called International Media Overseas.

It too paid $1.

In the space of 24 hours the loan had, on paper, traversed three countries, two banks and four companies, making the money all but untraceable in the process.

There were plenty of reasons why the men behind the transaction might want it disguised, not least of all because the money trail came uncomfortably close to Russian leader Vladimir Putin.

St. Petersburg-based Bank Rossiya, an institution whose majority owner and chairman has been called one of Putin’s “cashiers,” established Sandalwood Continental and directed the money flow.

International Media Overseas, where rights to the interest payments from the $200 million appear to have landed, was controlled, on paper, by one of Putin’s oldest friends, Sergey Roldugin, a classical cellist who is godfather to Putin’s eldest daughter.

The $200 million loan was one of dozens of transactions totaling at least $2 billion found in the Mossack Fonseca files involving people or companies linked to Putin. They formed part of a Bank Rossiya enterprise that gained indirect influence over a major shareholder in Russia’s biggest truck maker and amassed secret stakes in a key Russian media property.

Suspicious payments made by Putin’s cronies may have in some cases been designed as payoffs, possibly in exchange for Russian government aid or contracts. The secret documents suggest that much of the loan money originally came from a bank in Cyprus that at the time was majority owned by the Russian state-controlled VTB Bank.

In a media conference call last week, Putin spokesman Dmitry Peskov said the government wouldn’t reply to “honey-worded queries” from ICIJ or its reporting partners, because they contain questions that “have been asked hundreds of times and answered hundreds of times.”

Peskov added that Russia has “available the full arsenal of legal means in the national and international arena to protect the honor and dignity of our president.”

Under national laws and international agreements, firms like Mossack Fonseca that help create companies and bank accounts are supposed to be on the lookout for clients who may be involved in money laundering, tax evasion or other wrongdoing. They are required to pay special attention to “politically exposed persons” — government officials or their family members or associates. If someone is a “PEP,” the middlemen creating their companies are expected to review their activities carefully to make sure they are not engaging in corruption.

Mossack Fonseca told ICIJ that it has “duly established policies and procedures to identify and handle those cases where individuals” qualify as PEPs.

Often, Mossack Fonseca appeared not to realize who its customers were. A 2015 internal audit found that the law firm knew the identities of the real owners of just 204 of 14,086 companies it had incorporated in Seychelles, a tax haven in the Indian Ocean.

British Virgin Islands authorities fined Mossack Fonseca $37,500 for violating anti-money-laundering rules because the firm incorporated a company for the son of former Egyptian President Hosni Mubarak but failed to identify the connection, even after the father and son were charged with corruption in Egypt. An internal review by the law firm concluded, “our risk assessment formula is seriously flawed.”

In all, an ICIJ analysis of the Mossack Fonseca files identified 61 family members and associates of prime ministers, presidents or kings.

The records show, for example, that the family of Azerbaijan President Ilham Aliyev used foundations and companies in Panama to hold secret stakes in gold mines and London real estate. The children of Pakistani Prime Minister Nawaz Sharif also owned London real estate through companies created by Mossack Fonseca, the law firm’s records show.

Family members of at least eight current or former members of China’s Politburo Standing Committee, the country’s main ruling body, have offshore companies arranged though Mossack Fonseca. They include President Xi’s brother-in-law, who set up two British Virgin Islands companies in 2009.

Representatives for the Azeri, Pakistani and Chinese leaders did not respond to requests for comment.

The list of world leaders who used Mossack Fonseca to set up offshore entities includes the current president of Argentina, Mauricio Macri, who was director and vice president of a Bahamas company managed by Mossack Fonseca when he was a businessman and the mayor of Argentina’s capital, Buenos Aires. A spokesman for Macri said the president never personally owned shares in the firm, which was part of his family’s business.

During the bloodiest days of Russia’s 2014 invasion of the Ukraine’s Donbas region, the documents show, representatives of Ukrainian leader Petro Poroshenko scrambled to find a copy of a home utility bill for him to complete the paperwork to create a holding company in the British Virgin Islands.

A spokesperson for Poroshenko said the creation of the company had nothing to do with “any political and military events in Ukraine.” Poroshenko’s financial advisers said the president didn’t include the BVI firm in his 2014 financial disclosures because neither the holding company nor two related companies in Cyprus and the Netherlands have any assets. They said that the companies were part of a corporate restructuring to help sell Poroshenko’s confectionery business.

When Sigmundur David Gunnlaugsson became Iceland’s prime minister in 2013 he concealed a secret that could have damaged his political career. He and his wife shared ownership in an offshore company in the British Virgin Islands when he entered parliament in 2009. He sold his stake in the company months later to his wife for $1.

The company held bonds originally worth millions of dollars in three giant Icelandic banks that failed during the 2008 global financial crash, making it a creditor in their bankruptcies. Gunnlaugsson’s government negotiated a deal with creditors last year without disclosing his family’s financial stake in the outcome.

Gunnlaugsson has denied in recent days that his family’s financial interests influenced his stances. The leaked records do not make it clear whether Gunnlaugsson’s political positions benefited or hurt the value of the bonds held through the offshore company.

In an interview with an ICIJ media partners, Reykjavik Media and SVT, Gunnlaugsson denied hiding assets. When he was confronted with the name of the offshore company linked to him — Wintris Inc. — the prime minister said “I’m starting to feel a bit strange about these questions because it’s like you are accusing me of something.”

Soon after, he ended the interview.

Four days later, his wife took the matter public, posting a note on Facebook asserting that the company was hers, not his, and that she had paid all taxes on it.

Since then, members of Iceland’s parliament have questioned why Gunnlaugsson never disclosed the offshore company, with one lawmaker calling for the prime minister and his government to resign.

The prime minister has fought back, putting out an eight-page statement arguing he wasn’t required to publicly report his connection to Wintris because it was really owned by his wife and because it was “merely a holding company, not a company engaged in commercial activities.”
Offshore cover-ups

In 2005, a tour boat called the Ethan Allen sank in New York’s Lake George, drowning 20 elderly tourists. After the survivors and families of the dead sued, they learned the tour company had no insurance because fraudsters had sold it a fake policy.

Malchus Irvin Boncamper, an accountant on the Caribbean island of St. Kitts, pleaded guilty in a U.S. court in 2011 to helping the con artists launder proceeds of their frauds.

This created a problem for Mossack Fonseca, because Boncamper had served as the front man — a “nominee” director — for 30 companies created by the law firm.

Once it learned of Boncamper’s criminal conviction, Mossack Fonseca took quick action. It told its offices to replace Boncamper as director of the companies — and to backdate the records in a way that made it appear the changes had taken place, in some cases, a decade earlier.

The Boncamper case is one of the examples in the leaked files showing the law firm using questionable tactics to hide its own methods or its customers’ activities from legal authorities.

In the “Operation Car Wash” case in Brazil, prosecutors allege that Mossack Fonseca employees destroyed and hid documents to mask the law firm’s involvement in money laundering. A police document says that, in one instance, an employee of the firm’s Brazil branch sent an email instructing co-workers to hide records involving a client who may have been the target of a police investigation: “Do not leave anything. I will save them in my car or at my house.”

In Nevada, the leaked files show, Mossack Fonseca employees worked in late 2014 to obscure the links between the law firm’s Las Vegas branch and its headquarters in Panama in anticipation of a U.S. court order requiring it to turn over information on 123 companies incorporated by the law firm. Argentine prosecutors had linked those Nevada-based companies to a corruption scandal involving an associate of former presidents Néstor Kirchner and Cristina Fernández de Kirchner.

In an effort to free itself from the American court’s jurisdiction, Mossack Fonseca claimed that its Las Vegas office, MF Nevada, wasn’t in fact a branch office at all. It said it had no control over the office.

The firm’s internal records show the opposite. They indicate that the firm controlled MF Nevada’s bank account and the firm’s co-founders and another Mossack Fonseca official owned 100 percent of MF Nevada.

To erase evidence of the connection, the law firm arranged to remove paper documents from the branch and worked to delete computer traces of the link between the Nevada and the Panama operations, internal emails show. One big worry, an internal email said, was that the branch’s manager might be too “nervous” to carry out the effort, making it easy for investigators to discover “that we are hiding something.”

Mossack Fonseca declined to answer questions about the Brazil and Nevada affairs, but denied generally that it had obstructed investigations or covered up improper activities.

“It is not our policy to hide or destroy documentation that may be of use in any ongoing investigation or proceeding,” the firm said.
Reforming the secret world

In 2013, U.K. leader David Cameron urged his country’s overseas territories — including the British Virgin Islands — to work with him to “get our own houses in order” and join the fight against tax evasion and offshore secrecy.

He could have looked no further than his late father to see how challenging that would be.

Ian Cameron, a stockbroker and multimillionaire, was a Mossack Fonseca client who used the law firm to shield his investment fund, Blairmore Holdings, Inc., from U.K. taxes.

The fund’s name came from Blairmore House, his family’s ancestral country estate. Mossack Fonseca registered the investment fund in Panama even though many of its key investors were British. Ian Cameron controlled the fund from its birth in 1982 until his death in 2010.

A prospectus for investors said the fund “should be managed and conducted so that it does not become resident in the United Kingdom for United Kingdom taxation purposes.”

The fund did this by using untraceable certificates of ownership known as “bearer shares” and by employing “nominee” company officers based in the Bahamas, the law firm’s leaked records show.

Ian Cameron’s tax-haven history is an example of how deeply offshore secrecy is woven into the lives of political and financial elites around the world. It’s also an important economic engine for many countries. The weight of that self-interest has made reform difficult.

In the U.S., for example, states like Delaware and Nevada, which have allowed company owners to remain anonymous, continue to fight against efforts to require greater corporate transparency.

Mossack Fonseca’s home country, Panama, has refused to embrace a plan for worldwide exchange of information about bank accounts — out of concern that its offshore industry could be left at a competitive disadvantage. Panama officials say they will exchange information, but on a more modest scale.

The challenge that reformers and law enforcers face is how to find and stop criminal behavior when it’s buried beneath layers of secrecy. The most effective tool for breaking through this secrecy has been leaks of offshore documents that have dragged hidden dealings into the open.

Document leaks uncovered by ICIJ and its media partners have prompted legislation and official investigations in dozens of countries — and fanned fears among offshore customers who worry their secrets will be revealed.

In April 2013, after ICIJ released its “Offshore Leaks” stories based on confidential documents from the British Virgin Islands and Singapore, some Mossack Fonseca customers emailed the firm looking for reassurance that their offshore holdings were safe from scrutiny.

Mossack Fonseca told customers not to worry. It said its commitment to its clients’ privacy “has always been paramount, and in this regard your confidential information is stored in our state-of-the-art data center, and any communication within our global network is handled through an encryption algorithm that complies with the highest world-class standards.”

Bron: https://panamapapers.icij.org/20160403-panama-papers-global-overview.html

 

Panama Papers leak reveals elite's tax havens

2.6TB of data. 140 offshore firms. 11.5m leaked documents. 12 national leaders. The hidden wealth of some of the world’s most prominent leaders, politicians and celebrities has been revealed by an unprecedented leak of millions of documents that show the myriad ways in which the rich can exploit secretive offshore tax regimes.

Mossack Fonseca leak reveals elite's tax havens

A huge leak of confidential documents has revealed how the rich and powerful use tax havens to hide their wealth.

Eleven million documents were leaked from one of the world's most secretive companies, Panamanian law firm Mossack Fonseca.

They show how Mossack Fonseca has helped clients launder money, dodge sanctions and evade tax.

The company says it has operated beyond reproach for 40 years and has never been charged with criminal wrong-doing.

The documents show links to 72 current or former heads of state in the data, including dictators accused of looting their own countries.

They were obtained by the German newspaper Suddeutsche Zeitung and shared with the International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ).

BBC Panorama and The Guardian are among 107 media organisations in 78 countries that have been analysing the documents. The BBC does not know the identity of the source who provided them.
Panama Papers - tax havens of the rich and powerful exposed

Eleven million documents held by the Panama-based law firm Mossack Fonseca have been passed to German newspaper Suddeutsche Zeitung, which then shared them with the International Consortium of Investigative Journalists. BBC Panorama is among 107 media organisations in 78 countries which have been analysing the documents. The BBC doesn't know the identity of the source
They show how the company has helped clients launder money, dodge sanctions and evade tax
Mossack Fonseca says it has operated beyond reproach for 40 years and never been accused or charged with criminal wrong-doing
Panama Papers: Full coverage; follow reaction on Twitter using #PanamaPapers; in the BBC News app, follow the tag "Panama Papers"
Watch Panorama at 19:30 on BBC One on Monday, 4 April, or catch up later on the BBC iPlayer (UK viewers only)

Gerard Ryle, director of the ICIJ, said the documents covered the day-to-day business at Mossack Fonseca over the past 40 years.

"I think the leak will prove to be probably the biggest blow the offshore world has ever taken because of the extent of the documents," he said.

The data contains secret offshore companies linked to the families and associates of Egypt's former president Hosni Mubarak, Libya's former leader Muammar Gaddafi and Syria's president Bashar al-Assad.

Russian connection

It also reveals a suspected billion-dollar money laundering ring that was run by a Russian bank and involved close associates of President Putin.

The operation was run by Bank Rossiya, which is subject to US and EU sanctions following Russia's annexation of Crimea.http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32014R0826

The documents reveal for the first time how the bank operates.

Money has been channelled through offshore companies, two of which were officially owned by one of the Russian president's closest friends.

Concert cellist Sergei Roldugin has known Vladimir Putin since they were teenagers and is godfather to the president's daughter Maria.

On paper, Mr Roldugin has personally made hundreds of millions of dollars in profits from suspicious deals.

But documents from Mr Roldugin's companies state that: "The company is a corporate screen established principally to protect the identity and confidentiality of the ultimate beneficial owner of the company."

Read more: Putin associates linked to 'money laundering' (Here under NO1)

Iceland connection

Mossack Fonseca data also shows how Icelandic Prime Minister Sigmundur Gunnlaugsson had an undeclared interest in his country's bailed-out banks.

Mr Gunnlaugsson has been accused of hiding millions of dollars of investments in his country's banks behind a secretive offshore company.

Leaked documents show that Sigmundur Gunnlaugsson and his wife bought offshore company Wintris in 2007.

He did not declare an interest in the company when entering parliament in 2009. He sold his 50% of Wintris to his wife for $1 (70p), eight months later.

Mr Gunnlaugsson is now facing calls for his resignation. He says he has not broken any rules, and his wife did not benefit financially from his decisions.

The offshore company was used to invest millions of dollars of inherited money, according to a document signed by Mr Gunnlaugsson's wife Anna Sigurlaug Pálsdóttir in 2015.

Iceland PM's investments questioned (her under NO2)

'Beyond reproach'

In addition, Mossack Fonseca supplied a front man who pretended to own $1.8m, so the real owner could get the cash from the bank without revealing their identity

Mossack Fonseca says it has always complied with international protocols to ensure the companies they incorporate are not used for tax evasion, money-laundering, terrorist finance or other illicit purposes.

The company says it conducts thorough due diligence and regrets any misuse of its services.

"For 40 years Mossack Fonseca has operated beyond reproach in our home country and in other jurisdictions where we have operations. Our firm has never been accused or charged in connection with criminal wrongdoing.

"If we detect suspicious activity or misconduct, we are quick to report it to the authorities. Similarly, when authorities approach us with evidence of possible misconduct, we always cooperate fully with them."

Mossack Fonseca says offshore companies are available worldwide and are used for a variety of legitimate purposes.


NO1 Putin associates linked to 'money laundering'

PanamaPapers9

A suspected money laundering ring involving close associates of Vladimir Putin has been uncovered in a leak of confidential documents.

The billion-dollar operation was run by Bank Rossiya, which is subject to US and EU sanctions following Russia's annexation of Crimea.

Evidence seen by BBC Panorama reveals for the first time how the bank operates.

Documents show how money has been channelled through offshore companies.

BBC Panorama, along with the International Consortium of Investigative Journalists, has examined leaked documents obtained by the German newspaper Suddeutsche Zeitung.

Eleven million documents were leaked from the Panamanian law firm Mossack Fonseca. More than 100 media organisations from around the world, including the Guardian and the BBC in the UK, have been analysing the documents.
Panama Papers - tax havens of the rich and powerful exposed

Eleven million documents held by the Panama-based law firm Mossack Fonseca have been passed to German newspaper Suddeutsche Zeitung, which then shared them with the International Consortium of Investigative Journalists. BBC Panorama is among 107 media organisations in 78 countries which have been analysing the documents. The BBC doesn't know the identity of the source
They show how the company has helped clients launder money, dodge sanctions and evade tax
Mossack Fonseca says it has operated beyond reproach for 40 years and never been accused or charged with criminal wrong-doing
Panama Papers: Full coverage; follow reaction on Twitter using #PanamaPapers; in the BBC News app, follow the tag "Panama Papers"
Watch Panorama at 19:30 on BBC One on Monday, 4 April, or catch up later on the BBC iPlayer (UK viewers only)

They suggest Sonnette Overseas, International Media Overseas, Sunbarn and Sandalwood Continental appear to have profited from fake share transactions, bogus consulting deals, uncommercial loans and the purchase of under-priced assets.

The documents show that International Media Overseas and Sonnette Overseas were officially owned by one of the Russian president's closest friends.

Concert cellist Sergei Roldugin has known Vladimir Putin since they were teenagers and is godfather to the president's daughter Maria.

On paper, Mr Roldugin has personally made hundreds of millions of dollars in profits from the suspicious deals.
Image caption Sergei Roldugin owns a number of offshore companies

But documents from Mr Roldugin's companies state that: "The company is a corporate screen established principally to protect the identity and confidentiality of the ultimate beneficial owner of the company."

The cellist has previously told reporters that he is not a businessman. His involvement in the complex offshore deals will raise suspicion that he is simply acting as a front for someone else.

Suspicious activity

In one example, documents show that Sandalwood Continental bought an asset for just $1 (70p) and sold it three months later for $133m (£93m).

Sandalwood was also given $800m (£562m) of loans by a Russian state bank. There is no evidence in the documents of Sandalwood providing security for the loans or making repayments.

Tom Keatinge - who runs the Centre for Financial Crime and Security Studies - says the transactions appear to be evidence of money laundering.

"There's nothing that I have seen which would make me say anything other than 'Stop, we need to investigate very closely what's going on here.' Whether it's loans being written off with no apparent compensation, other than the dollar, or whether it's loans being assigned through multiple pairs of hands for no obvious reason."

The documents show that one of the Roldugin companies, International Media Overseas, borrowed $6m (£4.2m) in 2007. Three months later the loan was written off for just $1, so the cellist's company had been given $6m.

In another suspicious deal in 2011, International Media Overseas bought all the rights - including interest and repayments - to a $200m (£140m) loan.

International Media Overseas paid just a single dollar, even though the interest payments alone were worth $8m (£5.6m) a year to Mr Roldugin's company.

Andrew Mitchell QC, one of the UK's leading experts on money laundering, says the deals are highly suspicious: "There can't be a commercial basis for transferring $200m and the rights to $8m a year for a dollar."

PanamaPapers10

International Media Overseas also failed to disclose Mr Roldugin's connection to the Russian president when it opened three bank accounts.

The application form for each account asked whether Mr Roldugin had any relations to so-called PEPs or Politically Exposed Persons. Mr Roldugin's forms said he didn't, which was clearly not true.

International Media Overseas was also involved in dozens of suspicious share transactions. In one scheme, the company sold shares to a broker who then sold them back at a lower price the next day.

Mr Roldugin's company always made a profit and the documents show that these profits were worked out in advance of the share deals.

International Media Overseas also profited from a scheme where share deals were set up and then cancelled before they took place. Mr Roldugin's company was then paid compensation for the failed deals.

The leaked documents show that the share purchase agreements and the cancellation agreements were signed at the same time, so there doesn't seem to have been any intention to genuinely buy or sell the shares.

Andrew Mitchell QC has seen the share transactions. He said: "This is not business, this is creating the appearance of business in order to continually move and hide assets".

Ski resort

The leaked documents show that Mr Roldugin's other company - Sonnette Overseas - had a secret interest in the Russian lorry maker called Kamaz.

In 2008, Sonnette paid $1.5m (£1m) to join a consortium that had an option to buy a company that owned a valuable stake in Kamaz.

The documents spell out what was expected from Mr Roldugin's company. They say Sonnette should ensure that plans to increase the consortium's stake in Kamaz "received most favoured treatment".

Sandalwood Continental appears to be at the heart of the suspected money laundering ring. It borrowed $800m (£562m) in a series of uncommercial loans from a state-owned bank, before lending the cash on to other companies.

The leaked documents show that some of the Sandalwood cash was loaned to a company which owns a ski resort that is popular with the Russian president.

Vladimir Putin opened the Igora resort in 2006 and went skiing there in 2011 and 2012. His daughter Katerina's wedding was held at Igora in 2013.

The company which received the money is now part owned by Bank Rossiya owner Yuri Kovalchuk, who was described as one of President Putin's cashiers when the US government placed him on the sanctions list.

Bank Rossiya has been described by the US government as the "personal bank for senior officials of the Russian Federation".

Mr Kovalchuk's lawyer said he did not understand why his client was being asked questions, when all information about Bank Rossiya that was subject to mandatory disclosure was available in public sources.

Gas deal

The fourth offshore company in the leaked files - Sunbarn - has also profited from a series of suspicious deals.

In one example, it was given shares by Bank Rossiya which it subsequently sold for $25m. In another example it received $30m (£21m) in consultancy payments for providing advice about investing and trading in Russia through a Cypriot company.

Sunbarn also received loans totalling $231m (£162m) from companies owned by or linked to another childhood friend of the Russian president - the billionaire Arkady Rotenberg. Once again, there was no security for the loans and no evidence of any repayment.

Around the time the loans were made to Sunbarn, one of Mr Rotenberg's companies was awarded a lucrative contract to work on a $40bn (£28bn) gas pipeline from Russia to Europe. The South Stream gas project has since been cancelled.

Bank Rossiya, Sergey Roldugin and Arkady Rotenberg have not responded to the questions put to them by the BBC.

fotos Panama 456


NO 2

Iceland PM's investments questioned

The prime minister of Iceland has been accused of hiding millions of dollars of investments in his country's banks behind a secretive offshore company.

PanamaPapers11

Leaked documents show that Sigmundur Gunnlaugsson and his wife bought offshore company Wintris in 2007.

He did not declare an interest in the company when entering parliament in 2009. He sold his 50% of Wintris to his wife for $1 (70p), eight months later.

He says no rules were broken and his wife did not benefit financially.

The offshore company was used to invest millions of dollars of inherited money, according to a document signed by Mr Gunnlaugsson's wife Anna Sigurlaug Palsdottir in 2015.

The evidence is among 11 million confidential offshore documents that were obtained by the German newspaper Suddeutsche Zeitung and shared with the International Consortium of Investigative Journalists.
Panama Papers - tax havens of the rich and powerful exposed

Eleven million documents held by the Panama-based law firm Mossack Fonseca have been passed to German newspaper Suddeutsche Zeitung, which then shared them with the International Consortium of Investigative Journalists. BBC Panorama is among 107 media organisations in 78 countries which have been analysing the documents. The BBC doesn't know the identity of the source
They show how the company has helped clients launder money, dodge sanctions and evade tax
Mossack Fonseca says it has operated beyond reproach for 40 years and never been accused or charged with criminal wrong-doing
Panama Papers: Full coverage; follow reaction on Twitter using #PanamaPapers; in the BBC News app, follow the tag "Panama Papers"
Watch Panorama at 19:30 on BBC One on Monday, 4 April, or catch up later on the BBC iPlayer (UK viewers only)

BBC Panorama and The Guardian are among 107 media organisations in 78 countries that have been analysing the documents.

The leaked documents show that Mr Gunnlaugsson was granted a general power of attorney over Wintris - which gave him the power to manage the company "without any limitation". Ms Palsdottir had a similar power of attorney.

Court records show that Wintris had significant investments in the bonds of three major Icelandic banks that collapsed during the financial crisis which began in 2008. Wintris is listed as a creditor with millions of dollars in claims in the banks' bankruptcies.

Mr Gunnlaugsson became prime minister in 2013 and has been involved in negotiations about the banks which could affect the value of the bonds held by Wintris.

He resisted pressure from foreign creditors - including many UK customers - to repay their deposits in full.

If foreign investors had been repaid, it may have adversely affected both the Icelandic banks and the value of the bonds held by Wintris.

But Mr Gunnlaugsson kept his wife's interest in the outcome a secret.

Mr Gunnlaugsson's spokesman said his policies had put the interests of the Icelandic people ahead of the interests of the failed banks' claimants.

The spokesman said Ms Palsdottir had always declared the assets to the tax authorities and that under the parliamentary rules Mr Gunnlaugsson did not have to declare an interest in Wintris.

He said that joint share certificates in Wintris had been issued because the prime minister and his wife had a joint bank account. This was pointed out to them when the documents were reviewed in 2009.

PanamaPapers12

"It had always been clear to both of them that the prime minister's wife owned the assets, and this had not changed. Therefore it was immediately requested for the shareholder structure to be mended. All this was made clear in email communications at the time."

The revelations are likely to lead to serious questions in Iceland as the leaked documents show that two other ministers in Mr Gunnlaugsson's government also had undisclosed offshore investments.

Bron BBC


The $2bn offshore trail that leads to Vladimir Putin

A massive leak of documents shines new light on the fabulous fortunes of the Russian president’s inner circle

Putin’s best friend: the cellist who holds the key to his fortune
Iceland’s PM faces snap election over revelations
What are the Panama Papers?

A network of secret offshore deals and vast loans worth $2bn has laid a trail to Russia’s president, Vladimir Putin.

PanamaPapers13


The money trail

Russian Commercial Bank of Cyprus
A subsidiary of Russia's state-owned VTB bank. RCB made massive unsecured loans to Sandalwood, extending $650m in credit

Sandalwood Continental Ltd
An offshore firm set up in the British Virgin Islands. Between 2009 and 2012 it got more than $1bn in loans. The cash came from state banks and other offshores

Ozon
Ozon owns the private Igora ski resort outside St Petersburg. In 2010/11 Sandalwood lent Ozon $11.3m. Putin's daughter Katya got married at the resort in 2013

Bank Rossiya
Closely associated with Putin and his friends. Its managers were behind billions of dollars in suspicious offshore transactions

Swiss lawyers
Lawyers from Dietrich Baumgartner and Partners in Zurich received instructions from Bank Rossiya and passed them on to Mossack Fonseca

Mossack Fonseca
Panamanian law firm that registers and runs offshore firms. It set up Sandalwood and other offshores linked to Roldugin

PanamaPapers14


An unprecedented leak of documents shows how this money has made members of Putin’s close circle fabulously wealthy.

Though the president’s name does not appear in any of the records, the data reveals a pattern – his friends have earned millions from deals that seemingly could not have been secured without his patronage.

The documents suggest Putin’s family has benefited from this money – his friends’ fortunes appear his to spend.

The files are part of an unprecedented leak of millions of papers from the database of Mossack Fonseca, the world’s fourth biggest offshore law firm. They show how the rich and powerful are able to exploit secret offshore tax regimes in myriad ways.

The offshore trail starts in Panama, darts through Russia, Switzerland and Cyprus – and includes a private ski resort where Putin’s younger daughter, Katerina, got married in 2013.

The Panama Papers shine a particular spotlight on Sergei Roldugin, who is Putin’s best friend. Roldugin introduced Putin to the woman he subsequently married, Lyudmila, and is godfather to Putin’s older daughter, Maria.

A professional musician, he has apparently accumulated a fortune – having been placed in ostensible control of a series of assets worth at least $100m, possibly more.

Roldugin appears to have been picked for this role because of his lesser profile. He has denied in documents to bank officials in Switzerland and Luxembourg that he is close to any Russian public figures. He has also said he is not a businessman.

Yet the files reveal Putin’s longstanding intimate has a 12.5% stake in Russia’s biggest TV advertising agency, Video International, which has annual revenues of more than £800m. Previously, its ownership was a closely guarded secret.

Roldugin was also secretly given an option to buy a minority stake in the Russian truck manufacturer Kamaz, which makes army vehicles, and has 15% of a Cyprus-registered company called Raytar.

He also owns 3.2% of Bank Rossiya. The St Petersburg private bank has been described as Putin’s “crony bank”. The US imposed sanctions on it after Russia’s 2014 invasion of Ukraine.

These assets are only part of a series of linked financial schemes revealed in the documents that revolve round Bank Rossiya.

The bank is headed by Yuri Kovalchuk. The US alleges he is the “personal banker” for many senior Russian government officials including Putin. The Panama Papers disclose that Kovalchuk and Bank Rossiya achieved the transfer of at least $1bn to a specially created offshore entity called Sandalwood Continental.

These funds came from a series of enormous unsecured loans from the state-controlled Russian Commercial Bank (RCB) located in Cyprus and other state banks. There is no explanation in the files of why the banks agreed to extend such unorthodox credit lines.

Some of the cash obtained from RCB was also lent back onshore in Russia at extremely high interest rates, with the resulting profits siphoned off to secret Swiss accounts.

A $6m yacht was purchased by Sandalwood and shipped to a port near St Petersburg.

Cash was also handed over directly to the Putin circle, this time in the form of very cheap loans, made with no security and with interest rates as low as 1%. It is not clear whether any loans have been repaid.

In 2010 and 2011, Sandalwood made three loans worth $11.3m to an offshore company called Ozon, which owns the upmarket Igora ski resort in the Leningrad region. Ozon belongs to Kovalchuk and a Cypriot company. Putin is the resort’s star patron and a reputed resident.

Eighteen months after the loans, the president used Igora as the venue for the wedding of Katerina. Her groom was Kirill Shamalov, the son of another of Putin’s old St Petersburg friends. News of the ceremony, from which cameras were banished, only emerged in 2015.

The records were obtained from an anonymous source by the German newspaper Süddeutsche Zeitung and shared by the International Consortium of Investigative Journalists with the Guardian and the BBC.

Sergei Roldugin, Vladimir Putin and Dmitry Medvedev, then Russian president, tour the House of Music in St Petersburg in 2009. Photograph: Dmitry Astakhov/Eyevine

They reveal a number of other manoeuvres by the Putin circle to move cash offshore. There is nothing inherently illegal in using offshore companies.

The transactions, however, include apparently fake share deals, with shares “traded” retrospectively; multimillion-dollar charges for vague “consultancy” services; and repeated payments of large sums in “compensation” for allegedly cancelled share deals. In 2011 a Roldugin company buys the rights to a $200m loan for $1. “This is not business, this is creating the appearance of business in order to continually move and hide assets,” Andrew Mitchell QC, a leading authority on money-laundering, told BBC Panorama.

Such layers of secrecy surrounded the offshore deals that Bank Rossiya staff in St Petersburg sent all their instructions to a confidential intermediary – a firm of Swiss lawyers in Zurich.

The Swiss lawyers in turn arranged for Mossack Fonseca to set up shell companies, typically registering them in the secretive British Virgin Islands, with sham nominee directors from Panama to sign approvals for the deals. Even Mossack’s confidential records of true owners have frequently turned out to be further fronts.

Speculation over the size of Putin’s personal fortune has gone on for almost a decade, following reports in 2007 that he was worth at least $40bn, based on leaks from inside his own presidential administration.

In 2010, US diplomatic cables suggested Putin held his wealth via proxies. The president formally owned nothing, they added, but was able to draw on the wealth of his friends, who now control practically all of Russia’s oil and gas production and industrial resources.

Guys, to be honest I am not ready to give comments now
Sergei Roldugin

In 2014, after Russia seized Crimea, the White House imposed sanctions on leading members of Putin’s circle, including Kovalchuk, citing their close ties to “a senior official of the Russian Federation” – a euphemism for Putin himself. The Panama Papers reveal that the Putin group appeared to have become nervous for unclear reasons after October 2012. Sandalwood was closed down and its operations switched to another offshore entity registered in the BVI, called Ove Financial Corp.

One of the companies linked to Ove Financial Corp belonged to Mikhail Lesin, Putin’s media tsar and former press minister. Lesin founded the Kremlin’s propaganda TV channel Russia Today but later fell out of favour. He was mysteriously found dead last November in a Washington hotel room with blunt force injuries to the head.

Asked about the offshore companies linked to him last week, Rodulgin said: “Guys, to be honest I am not ready to give comments now … These are delicate issues. I was connected to this business a long time ago. Before ‘perestroika’. It happened … And then it started growing and such things happened. The House of Music [in St Petersburg] is subsidised from this money.”

PanamaPapers15

Roldugin present a diploma to Sir Paul McCartney, in front of St Petersburg’s then governor, Valentina Matviyenko, in 2003. Photograph: PhotoXPress

The Putin circle’s use of offshore companies contrasts with the president’s call for “deoffshoreisation”, urging Russians to bring cash hidden abroad home. Others who make use of offshore companies include oil trader Gennady Timchenko, Putin’s friend of 30 years. The US imposed sanctions on him in 2014. Others in the data are Arkady and Boris Rotenberg, Putin’s childhood friends and former judo partners. They are now billionaire construction tycoons. The Arsenal FC shareholder Alisher Usmanov also appears. He has at least six companies registered in the Isle of Man. There is no suggestion this is illegal.

Dmitry Peskov, Putin’s official spokesman, declined to comment on specific allegations against the president. Speaking last week, Peskov said western spy agencies were behind an all-out “information attack” against him to destabilise Russia before elections. Peskov dismissed the investigation by the Guardian and others as an “undisguised, paid-for hack job”. He said Russia had “legal means” to defend Putin’s dignity and honour.

RCB Cyprus said it could not disclose information about its clients. It said that in October 2013 it had “refined its strategy”. It had opened a branch in Luxembourg, received a new investor, and was now under direct European Central Bank supervision. Given this, it was “utterly unfounded” to suggest the bank was a “pocket” for top Russian officials. The bank said it had voluntarily submitted the allegations to Cyprus’s money-laundering authority. The auditor PwC Cyprus said it had audited RCB’s accounts but that it did not provide services to Sandalwood.

Lawyers for Kovalchuk said information about Bank Rossiya was publicly available. “We do not understand why you address these questions to Mr Kovalchuk.”

US political scientist Karen Dawisha said it was inconceivable that Putin’s friends had become rich without his patronage. “He takes what he wants. When you are president of Russia, you don’t need a written contract. You are the law.”

Bron: BBC

 

Ook Curaçao in Panama Papers

Kranten in verschillende landen hebben gisteravond resultaten bekendgemaakt van een wereldwijd onderzoek naar belastingparadijzen. Ook Curaçao komt in deze zogenoemde Panama Papers voor. Op Curaçao zouden tussenpersonen helpen bij het opzetten van offshore-bedrijven. Het onderzoek is gebaseerd op meer dan 11,5 miljoen documenten, e-mails en spreadsheets uit de gelekte administratie van een juridisch advieskantoor in Panama: Mossack Fonseca & Co.

View

Niets verwonderlijk en is al jaren lang beschreven door mij in mijn vele boeken. Zie maar wat de maffia hier doet in gok en drugswereld maar ook lokale politici zijn hier in verstrengeld geraakt met hun olie bedrijven en gok, drugs en ontroerendgoed! Praten we nog niet over die mensen die hier vanuit Nederland komen wonen in hun miljoenen huizen die voor 98% hun geld op plaatsen hebben staan waar het niet na te trekken is. Doet me denken aan een persoon met ik bij op een boot zat en eigenaar was van een radio station. En vertelde hoe simpel het was via "vreemde" constructies geld te laten verdwijnen.

Is het u niet opgevallen dat landen zoals Nederland, Amerika niet voorkomen in deze "leak" (zie de papieren)

 

 

 
HOME


2017


- December 2017 01/15
- November 2017 16/30
- November 2017 01/15
- October 2017  16/31
- October 2017  01/15
- September 2017  16/30
- September 2017  01/15
- Agust 2017  16/31
- Agust 2017  01/15
- July 2017  16/31
- July 2017  01/15
- June 2017  16/30
- June 2017  01/15
- May 2017  16/31
- May 2017  01/15
- April 2017  16/30
- April 2017  01/15
- March 2017  16/31
- March 2017  01/15
- Februari 2017  16/28
- Februari 2017  01/15
- Januari 2017  16/31
- Januari 2017  01/15


2016

- December 2016  16/31
- December 2016  01/15
- November 2016  16/30
- November 2016  01/15
- October 2016  16/31
- October 2016  01/15
- September 2016  16/30
- September 2016  01/15
- August 2016  16/31
- August 2016  01/15
- July 2016  16/31
- July 2016  01/15
- June 2016  16/30
- June 2016  01/15
- May 2016  16/31
- May 2016  01/15
- April 2016  16/30
- April 2016  01/15
- March 2016  16/31
- March 2016  01/15
- Februari 2016  15/29
- Februari 2016  1/15
- Januari 2016  16/31
- Januari 2016  1/15

2015

- December 2015 16/31
- December 2015 01/15
- November 2015 16/30
- November 2015 1/15
- October 2015 16/31
- October 2015 1/15
- September 2015 16/30
- September 2015 1/15
- August 2015 16/31
- August 2015 01/15
- July 2015
- June 2015
- May 2015
- April 2015
- March 2015
- Februari 2015
- Januari 2015

2014

- December 2014
- November 2014
- Oktober 2014
- September 2014
- Augustus 2014

2012

- Mededeling 2012
- June 2012
- April 2012
- Maart 2012
- Februari 2012
- Januari 2012

2011

- December 2011
- November 2011
- Oktober 2011
- September 2011
- Augustus 2011
- Juli 2011

- ALL FREE BOOKS

- BURGER PANEL 2015

- INGEZONDEN STUKKEN

- PROTOCOLLEN SION

- WATAMULA VIDEO'S

FILES - Afrika - Amazon - Antartica - Archonten - Aruba - Brain Control - Brainwash - Black Pope - Boston Globe files - Cancer - CELLTOWERS and CHEMTRAILS - Chemie-Farmaceutische kartels - Child Sex - Child Traffickers - CIA and Drugs part1 - CIA and Drugs part2 - CIA and Pedophile - Clinton Pizza gate - Colonia Dignidad - Core readings - Corrupt Nederland 1 - Corrupt Nederland 2 - Curacao maffia eiland - Demmink, Dutroux, Westminster - Demmink2 - Diana - DNA - Doping voetbal - Drone papers 1 - Drone papers 2 - Drone papers 3 - Drone papers 4 - Drugs - Els Borst - EuroNarcos - Evita Peron - False Flag - Flat - Round Earth - Fraude Goede doelen - Frequency - Gezond eten - Hackers - Helmin Wiels - Hitler ALIVE after WWII - Hitler ALIVE THE LIE - Hitler Story never told - Hollow Earth - Holocaust HOAX - Identity - Khazarian Mafia - Knights Templar - Lee Harvey Oswald - Land besturen - Leugens OM - Maffia Groepen - Martelingen Gevangenis - Martelingen Renwang - Montauk Project - Mind Weapons - Murder Illuminati - Narcotica Nederland - Nazi Reich - Neset Temirci - No Bai Vota - Obama children - Oranje dossier - Oranje Opium - Organ Harvesting - Orgonite - Panama Papers - Pedofolie - Pedofoliele
Koninklijkhuis
- Pim Fortuyn - Pope and Islam - Protest Dolphins - Radiation - Real life cartoons - Remove RFID chip - Rife 1 - Rife 2 - Root Canals - Semler school - Slaven - Soeverijn - Slimme meters - Soeverijn - Telegraaf - Tesla - Theo van Gogh moord - The Human problem - Utopia - Vaccine - Verboden artikel - VeriChip - Vrijmetselarij 300 jaar - Vrijmetselarij History - Vrijmetselarij Orde - Vrijmetselarij Ritualen 1 - Vrijmetselarij Ritualen 2 - Vrijmetselarij Ritualen 3 - Weather Manipulation - Weather Manipulation Curacao - Wijze les - World Corruption - X files de ware - XIRTAM - Zaak Hogan - Zaak Holloway - Zelfmoorden - Zika - Zion history - 1900-2000 - Index
       
 
 

 

 

LATEST BOOK

Verboden Publicaties


Title: Verboden Publicaties
ISBN 978-0-244-61655-7
http://www.place4free.com/Downloads/Books/Verboden_download.pdf

File size 1.0 MB

 

 


 


   
       
 

 

Wilt u werkelijk weten hoe ons eiland Curaçao bestuurd wordt 
en hoe wij burgers onderdrukt worden.
Lees de volgende vrij te downloaden boeken.

Boek 1 boek2 boek 3 boek 4 boek 5 boek 6 boek7 boek8

boek9 boek9 Hidden1 Hidden 2 Geloof en het geloven Dieptepunt Namen Drugs

Sion Verboden

 

- Klik op icon boek -

   
       
       

We are not responsible for the posts of the members
Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received,
but if you get no response to your e-mail within 3 days please write/submit again.